Meer
Publicatiedatum: 01-10-2020

Inhoud

Uitgaven

0,08%

€ -214

x € 1.000
0,08% Complete

Inkomsten

0%

€ 0

x € 1.000
0% Complete

Saldo

957956663978667%

€ -214

x € 1.000
Programma onderdelen

1.2 Strategische opgaven

Uitgaven

0,08%

€ -214

x € 1.000
0,08% Complete

Inkomsten

0%

€ 0

x € 1.000
0% Complete

Saldo

957956663978667%

€ -214

x € 1.000

Inleiding Strategische opgaven

Vijf grote opgaven, met brede interne en externe erkenning, vormen voor 2021 de strategische opgaven. Dat zijn de aanpassing van Zeeland aan het veranderende klimaat, de omslag  naar slimme mobiliteit, het imago van Zeeland – mede vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt –, de ruimtelijke kwaliteit van Zeeland en de Zeeuwse Stikstofaanpak. Deze opgaven vormen de strategische agenda waar wij ons extra voor willen inzetten, en waar we de samenwerking zoeken met iedereen die zich daar samen met ons voor in wil zetten. De manier waarop we dat doen – netwerksturing – is beschreven in de notitie “veranderende werkwijzen”, die Provinciale Staten in april 2019 hebben vastgesteld. 

In de begroting 2017 hebben wij een begin gemaakt met opgavegericht werken door een vijftal maatschappelijke opgaven te benoemen en in de begroting 2019 is dit uitgebreid tot het werken aan 11 opgaven, die de volledige breedte van de provinciale ambities dekken. Vanuit het coalitieakkoord Samen Verschil Maken en vanuit de notitie “veranderende werkwijzen” is gekozen voor een select aantal strategische opgaven. In 2020 is na het vaststellen van de Regionale Energiestrategie de opgave Energietransitie overgegaan  naar uitvoering vanuit het programma Energie en Klimaat.

De vijf strategische opgaven verkeren in verschillende mate van ontwikkeling.  Dat betekent dat nog niet op alle opgaven duidelijk is wat we precies gaan doen. Natuurlijk zijn er beelden over de koers en accenten, zoals ook in het coalitieakkoord ‘Samen Verschil Maken’ uiteen gezet en zoals met richtingennotities door Provinciale Staten vastgesteld. De essentie van samenwerken is namelijk dat we op zoek gaan naar overeenstemming met de relevante partners, die ook hun eigen agenda’s en belangen hebben. Samen verschil maken lukt alleen als er consensus bestaat over hetgeen we met elkaar willen bereiken.

Uitgangspunt voor de strategische opgaven is dat de nadruk ligt op het samen verder brengen van de opgaven samen met de relevante partners en in samenwerking van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Hiervoor bestaan de opgaven uit kleine teams met een klein budget ten behoeve van het proces en uitwerking van de vraagstukken. Zeker is dat uit deze opgaven ook concrete uitvoering zal komen. Daarvoor kunnen voorstellen worden gedaan voor dekking uit de investeringsagenda, waarna de uitvoering binnen de uitvoeringsprogramma’s wordt opgepakt.

Hierna wordt per strategische opgave een omschrijving, de ambitie, de inzet en het proces omschreven. 

Klimaatadaptatie

Omschrijving

In 2014 is het nationale Deltaprogramma gepresenteerd, een visie van de gezamenlijke overheden in Nederland op de vraag hoe Nederland zich beschermt tegen klimaatverandering. Het Deltaprogramma is een visie voor 2050, met een doorkijk naar 2100.

Het voorkeursscenario voor de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie stelt de ruimtelijke inrichting van Nederland centraal. In 2050 moet de ruimte in ons land, en dus ook Zeeland, zodanig zijn ingericht dat we voorbereid zijn op extreme regenval, langdurige droogte, een grotere kans op hittegolven en een toename van het overstromingsrisico. Zeeland dient dan voorbereid te zijn, zodat extreem weer niet tot grote schade en maatschappelijke ontwrichting leidt. Om dat doel te halen dient er in 2021 een adaptatiestrategie te zijn geformuleerd en geborgd, die vervolgens via concrete maatregelen wordt uitgevoerd. De strategische opgave “Klimaatadaptatie” richt zich daarmee op het opstellen van een Regionale Klimaatadaptatiestrategie.

De klimaat adaptatiestrategie kent een sterke relatie met het Zeeuwse Deltaplan Zoetwater. Het Zeeuwse Deltaplan Zoetwater (zie ook Groot Project),  zal als bouwsteen voor de opgave Klimaatadaptatie dienen. De Herijking van het Deltaprogramma kent het schaalniveau van heel Nederland en het gebied Zuidwestelijke Delta. Dit proces volgt een eigen planning en doorlooptijd.

Ambitie

Klimaatadaptatie is een opgave van iedereen in Zeeland. Zeeland, met haar ligging in de Zuidwestelijke Delta, is een regio waar alles samen komt: zeespiegelstijging, wateroverlast, hitte en droogte. Met als gevolg toenemende verzilting en het zoeken naar evenwicht tussen water vasthouden en water afvoeren. Dit raakt veel sectoren, aanpassen aan veranderende klimaatomstandigheden doe je daarom niet alleen. Dit vertaalt zich in de ambitie om begin 2021 een gezamenlijke Zeeuwse Klimaatadaptatiestrategie te hebben. Hierbij hoort ook een uitvoeringsprogramma, waarin concrete maatregelen worden voorgesteld.

Inzet

De opgave Klimaatadaptatie komt voort uit bovengenoemde Deltaprogramma. Hier wordt via een aantal stappen naar een Klimaatadaptatie Strategie Zeeland  (KaSZ) toegewerkt. Alle Zeeuwse overheden hebben in 2019 een klimaatstresstest uitgevoerd. Hieruit is een beeld ontstaan van de effecten van klimaatverandering op de eigen organisatie en het totale grondgebied Zeeland. Aansluitend is eind 2019 begonnen met het voeren van de Risicodialoog. De dialoog zet in op twee punten: enerzijds het vergroten van bewustwording in de samenleving en anderzijds de basis leggen voor de strategie en uitvoeringsagenda. De risicodialoog biedt inzicht in welke kwetsbaarheden acceptabel zijn en welke om actie vragen. Concreet gaat het hier om het verschil tussen risico’s die Zeeland wil vermijden (grote schade, kans dat er slachtoffers vallen, maatschappelijke ontwrichting) en risico’s die ‘hinderlijk’ zijn (tijdelijke hinder, geen slachtoffers, geen schade).

Klimaatadaptatiestrategie

In 2020 en begin 2021 gaat de aandacht vervolgens met name uit naar het opstellen van de Strategie en uitvoeringsprogramma: De kennis van de klimaatstresstesten en de opbrengst uit de risicodialoog worden samengebracht in een KaSZ. Hierin wordt tevens de opgedane kennis uit al uitgevoerde projecten meegenomen. De strategie bestaat uit drie onderdelen: (1) de Zeeuwse strategie, (2) de lokale strategie en (3) aanbevelingen voor nader onderzoek of toekomstige vervolgacties. Deze zullen door vertaald worden in de omgevingsvisie, omgevingsverordening en een uitvoeringsprogramma.

Er zijn een tweetal onderwerpen waar specifieke aandacht naar uitgaat omdat de Provincie daarin een bepalende rol vervult. Het eerste is het programma Regionale Keringen. In 2020 is het stelsel van regionale keringen vastgesteld en van een norm voorzien. Dit maakt onderdeel uit van het onderdeel overstromingen in de adaptatiestrategie. Het tweede is Zoetwater.

Deltaplan Zoetwater

Met betrekking tot het deltaplan zoetwater is in de afgelopen jaren de proeftuin zoetwater gestart. Hierin wordt op diverse locaties in Zeeland, samen met ondernemers, waterbeheerders, gemeenten en onderzoeksinstellingen via praktijkonderzoek in pilots kennis opgedaan om waterbeschikbaarheid te vergroten. In het Deltaplan Zoetwater wordt de opgedane kennis samengebracht en ruimtelijk vertaald naar geschiktheid in Zeeland. Dit vertaalt zich in een kansenkaart. In 2020 is op basis daarvan onderzocht naar samenwerkingsverbanden om de kennis verder in praktijk te brengen. Tevens wordt een vergelijking gemaakt tussen de metingen van het zoet-zout grensvlak in de ondergrond uit 2017 en de huidige situatie.

Herijking deltaprogramma

Tussen bovengenoemde stappen zijn sterke dwarsverbanden. De opgave “klimaatadaptatie” is, zoals gezegd, onderdeel van een grotere maatschappelijke opgave. Tegelijkertijd vindt de herijking van het Deltaprogramma plaats. De herijking is een landelijk traject, waarbij voor Zeeland met name de gevolgen van zeespiegelstijging en zoet water beschikbaarheid belangrijke thema’s zijn.

Relatie uitvoeringsprogramma

Gedurende het proces om te komen tot een klimaatadaptatiestrategie en een deltaplan zoetwater is er beperkte uitvoering. Ingezet wordt op maatregelen die altijd goed zijn en bij voorkeur meerdere opgaven dienen. Er lopen subsidies voor groene daken en groene schoolpleinen. De proeftuin zoetwater wordt voortgezet en mogelijk uitgebreid binnen de aanpak van het deltaplan Zoetwater. Daarnaast zijn er relaties met de uitvoering van de Zuidwestelijke delta en het regulier waterbeheer, beiden belegd in het programma Woonplaats Zeeland.

Proces

Klimaatadaptatie is een vraagstuk dat via netwerksturing wordt aangepakt. In de Zeeuwse Waterochtend zitten alle overheden in Zeeland die betrokken zijn bij water in het algemeen, en klimaatadaptatie in het bijzonder. Hier vindt afstemming en besluitvorming plaats over het proces. Elke partij heeft daarnaast haar eigen bestuurlijke besluitvorming. Elk klimaatthema kent een eigen bestuurlijke trekker. Samen vormen ze het bestuurlijk kernteam.

Nadat in 2019 de stresstesten zijn uitgevoerd, is de volgende stap in het proces van kimaatadaptatie om dit in de risicodialoog te vertalen. Deze stap is begin 2020 afgerond. In 2020 en begin 2021 worden stresstesten en dialoog opbrengsten omgezet in een strategie en uitvoeringsprogramma.

Voor het thema zoetwater vindt een compacter proces plaats. Uitgangspunt is het beleid uit het omgevingsplan: zelfvoorziening, met beperkte mogelijkheden voor externe aanvoer. Inzet is het vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid. Het najaar van 2019 is gebruikt om een start te maken om samen met de belangrijkste stakeholders de behoefte en wensen in kaart te brengen. De kennis en onderzoeksvragen worden begin 2020 omgezet in een kansenkaart waterbeschikbaarheid. Samen met alle betrokkenen wordt op basis daarvan de opgedane kennis actief verder gebracht in gebieden waar dat kansrijk is.

Ruimtelijke kwaliteit

Omschrijving (legostenen)

Legostenen*:

  • Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 inclusief Milieu Effect Rapportage (MER) en Zeeuwse Omgevingsverordening 2021
  • Bouwstenen die worden ontwikkeld vanuit lopende pilots zoals de Veerse Meer visie, de woonvisie, de Regionale energiestrategie en de klimaatadaptatie strategie
  • Inbrengen Zeeuwse standpunten bij de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Inzet op het NOVI -gebied Kanaalzone en wellicht de kustvisie
  • BO MIRT en de opvolger daarvan, het BO voor de Omgevingsagenda Zuidwest

*gebaseerd op de tabel muv de strategische visie wonen, die zit bij fysieke leefomgeving

Ambitie

Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze strategische opgave richt zich op het middels bouwstenen opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 en de bijbehorende Omgevingsverordening 2021 en deze te verbinden met de NOVI Omgevingsagenda landsdeel Zeeland/Zuid-Holland. 

Daarmee heeft deze strategische opgave een dubbel doel namelijk:

  • Uiterlijk op 1 januari 2022 een breed gedragen voor alle partijen bruikbare Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, de bijbehorende Omgevingsverordening 2021 en Milieueffectrapportage vaststellen en in werking laten treden. Daarbij is het de uitdaging om het proces zo in te richten dat in gezamenlijkheid met alle partijen Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 wordt opgesteld. De werkvorm die door Provinciale Staten is vastgesteld is het opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 met behulp van bouwstenen. Deze bouwstenen krijgen door co-creatie samen met onze netwerkpartners vorm. Voor bouwstenen waar zich geen externe netwerkpartners hebben aangemeld als opstellers heeft de Provincie het initiatief genomen de bouwsteen samen met het netwerk op te stellen.
  • Bij het opstellen van de Omgevingsagenda Zuidwest afstemmen met de Zeeuwse Omgevingsvisie en de inbreng die door de regionale overheden en maatschappelijke organisaties gegeven is.

Inzet

De Zeeuwse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn in het stadium van opstellen. De werkwijze is bepaald, de basis voor de inhoud is verzameld en een eerste globale beoordeling van de milieueffecten wordt uitgevoerd. In de volgende stap wordt de inhoud in samenspraak met de partners omgevormd tot een integrale visie. Voor zover mogelijk worden ook (tussen)resultaten van andere lopende visietrajecten in de omgevingsvisie opgenomen.  Ter verrijking van de visie wordt ook een enquete gehouden onder de Zeeuwse bevolking. In september en oktober 2020 wordt een eerste complete versie van de omgevingsvisie besproken met alle partijen in de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep. Na deze ronde worden een voorontwerp omgevingsvisie met voorontwerp omgevingsverordening en ontwerp MER afgerond. In januari 2021 worden deze vrijgegeven voor een brede achterbanraadpleging onder alle betrokken partijen, inclusief de gemeenteraden en Provinciale Staten. Na de achterbanraadpleging worden visie en verordening voltooid en volgt een formele inspraakprocedure en uiteindelijk vaststelling door Provinciale Staten. Het is de bedoeling dat de ontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, samen met de ontwerp MER in mei 2021 ter inzage worden gelegd en eind 2020 definitief worden vastgesteld. 

Parallel aan het traject van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 wordt de Omgevingsverordening 2021 opgesteld. In de Omgevingsverordening 2021 worden de provinciale belangen uit de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 juridisch geborgd. De huidige verordening is geanalyseerd en de nieuwe hoofdstructuur inmiddels gekozen. Momenteel wordt de omgevingsverordening Omgevingswet-proof gemaakt. De ontwerp Omgevingsverordening 2021 wordt gelijkertijd met de omgevingsvisie ter inzage gelegd en vastgesteld. De Omgevingsvisie en -verordening dienen uiterlijk op 1 januari 2022 in werking te treden.

Met het Rijk en met de Provincie Zuid Holland wordt een Omgevingsagenda opgesteld in het kader van de NOVI. Daarin worden afspraken gemaakt over de integrale gebiedsagenda voor Rijk en regio. Onderdeel hiervan is de bestaande MIRT gebiedsagenda en het benoemen van de Kanaalzone en mogelijk ook de kustzone NOVI-gebied.

Proces

Na de vaststelling van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 inclusief de Omgevingsverordening 2021 en de MER volgt vrijwel gelijk een volgende fase van het proces. Er is immers gekozen voor een flexibel traject waarbij de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 een dynamisch document is waar eind 2021 al een aantal bouwstenen in zijn opgenomen maar waar na 2021 nog nieuwe bouwstenen aan zullen worden toegevoegd. Dat betekent een flexibel traject waarbij gelijk na de vaststelling van de Zeeuwse Omgevingsvisie/verordening gestart gaat worden met de volgende tranche. Nu is al bekend dat de Veerse Meer visie waarschijnlijk in de volgende tranche zal worden opgenomen.

De uitvoering van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 zal zitten in de uitwerking van de strategische lange termijn perspectieven uit de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 in programma’s en projecten. Daar waar zaken juridisch geborgd moeten worden, zal dat via de Omgevingsverordening gebeuren. De omgevingsvisie zal een specifiek onderdeel bevatten waarin doelen, acties en uitvoering thematisch worden uitgewerkt. Daarin staan de hoofdlijnen voor bestaande en nieuwe programma’s en projecten die bijdragen aan realisatie van de omgevingsvisie.

Netwerkpartners en wat zij hierin betekenen

De netwerkpartners van de Zeeuwse Omgevingsvisie bestrijken alle partijen die zich in Zeeland bezig houden met de fysieke leefomgeving. De partijen in het netwerk die betrokken zijn bij het opstellen van de bouwstenen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 zijn:

  • Overheden en semi-overheden: Rijk, Rijkswaterstaat, Waterschap Scheldestromen, Gemeenten, RUD, GGD, VRZ, Impuls;
  • Maatschappelijke organisaties: ZMF, landschapsbeheerorganisaties, diverse stichtingen zoals cultureel erfgoed;
  • Bedrijfsleven: North Sea Ports, BZW,  Vekabo, TOZ, Hiswa/Recron;
  • Onderwijs en wetenschap: UCR, HZ, Scalda

Aan de partijen betrokken bij het netwerk is gevraagd om samen met ons de bouwstenen voor de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 op te stellen of om mee te denken met de opstellers van de bouwstenen. Voor het opstellen en meedenken hebben in totaal 103 deelnemers zich aangemeld. Daar waar er geen opstellers zijn gevonden is vanuit de provinciale organisatie het initiatief genomen om de betreffende bouwsteen uit te werken. Dat geldt voor de bouwstenen: leefbaarheid, bevolkingsontwikkeling, onderwijs, voorzieningen, woonomgeving en stedelijk groen, visserij, arbeidsmarkt en economie, milieu en geluid. Voor alle bouwstenen hebben zich meedenkers aangemeld. Ook bij het opbouwen van de visie uit de bouwstenen worden de opstellers en meedenkers betrokken.

Alle bouwstenen zijn besproken in de gebiedstafels en geïntegreerd in de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep. Onze netwerkpartners zijn daarin vertegenwoordigd. Naast de samenwerking in de gebiedstafels en integratiegroep wordt met de andere overheden samengewerkt in de werkgroep Omgevingsvisie van het Samenwerkingsplatform Omgevingswet Zeeland (SPOZ). Het traject voor de Omgevingsverordening loopt parallel aan de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021. Het SPOZ wordt ook gebruikt om de concepten/ontwerp van de Omgevingsverordening 2021 met de andere overheden te bespreken. Tegelijk met de ontwerp visie zal het ontwerp van de verordening en de MER ter inzage gelegd worden.

Stikstof

Omschrijving

Door verbrandingsmotoren, industrie en uit landbouw komen stikstofverbindingen vrij. Deze verbindingen, NH3 en NOx, komen direct ofwel via neerslag terug in onze omgeving. Naast dat dit schadelijk is voor onze gezondheid, zorgt het in natuurgebieden voor een toename van vegetatie die van een voedselrijke omgeving houden. Daardoor ontstaat uiteindelijk een verarming van de natuur. Een verarming van natuur is op termijn ook schadelijk voor de economie. Landbouw en recreatie zijn immers gebaat bij een goede biodiversiteit. Om zowel economische ontwikkelruimte te behouden en de natuur te verbeteren werd in Nederland het PAS (Programma Aanpak Stikstof) ontwikkeld. De kern daarvan was dat door het nemen van herstelmaatregelen de natuur werd verbeterd en via maatregelen in verschillende
sectoren de uitstoot zou worden verminderd. Vooruitlopend daarop konden dan vergunningen worden verleend. De Raad van State deed op 29 mei 2019 uitspraak dat de PAS niet als kader mag worden gebruikt voor de vergunningverlening. Kern hiervan was dat zolang er geen borging en resultaat was van de voorgenomen maatregelen, er geen zekerheid bestond en er dus geen vergunningen verleend mochten worden. Nederland leefde op de pof.

Gezamenlijk met het Rijk en de andere provincies is daarom gestart met een nieuwe aanpak voor de opgave stikstof. Veel doen we gezamenlijk, maar de provincie Zeeland heeft ook haar eigen invulling daarvan: De strategische aanpak stikstof. Hierin wordt via 3 actielijnen gewerkt aan de doelstelling om op termijn een goede staat van instandhouding van de Zeeuwse natuur te hebben:
- Vermindering stikstofdepositie
- Versterken van de natuur
- Informatie, communicatie en vergunningverlening

Ambitie

Provincie Zeeland stelt, in lijn met de doelen die interprovinciaal zijn gedefinieerd, de volgende doelen centraal:
- Korte termijn (2020-2022) stikstofruimte genereren en systeem ontwikkelen waarmee vergunningen kunnen worden verleend voor nationale en regionale projecten, passend bij Zeeland.
- Lange termijn (2020-2050): realiseren van een goede ecologische toestand van onze natuur, door het toewerken naar een goede staat van instandhouding van de N2000 gebieden in 2050.
Dit doen we via een middellange termijn (2020-2030) en formulering van tussendoelen. De gebiedsgerichte aanpak zal meerdere jaren vergen en bijdragen aan meerdere doelen:
1 Het bereiken van een significante daling van de stikstofdepositie, om de kwaliteit van stikstofgevoelige N2000-gebieden te versterken
2 Het verlagen van de stikstofdepositie om ontwikkelruimte te creëren
3 Verbinden aan integrale gebiedsontwikkeling / versterken of bevorderen transities

Inzet

Dit doen we door de inzet van een compacte opgave stikstof. De richt zich in eerste instantie op het realiseren van instrumenten voor vergunningverlening. Hierbij is er een sterke relatie met vergunningverlening. Tegelijk zet de provincie in op het bieden van kennis en informatie aan initiatiefnemers, met name daar waar het om complexe situaties gaat. 

Naast de vergunningverlening, waardoor economische ontwikkelingen en bescherming van de natuur, samen doorgang vinden, wordt via de gebiedsgerichte aanpak de natuur robuuster gemaakt. De gebiedsgerichte aanpak is bedoeld om in en rond N2000 gebieden de natuur te versterken door middel van natuurontwikkeling en -herstel; om de bronnen in de buurt van N2000 gebieden aan te pakken en om de verbinding te leggen met andere opgaven in het gebied. Hierbij wordt met name aan koppeling aan hydrologische, klimatologische of economische maatregelen gedacht. 

Een derde focus van inzet is de monitoring van stikstofdepositie. Via sensoren, satellietbeelden en meer metingen wordt gewerkt aan een betere validatie aan de modellen. Monitoring draagt tevens bij aan draagvlak: direct het effect kunnen zien van een maatregel werkt positief. Tot slot is een belangrijk punt van inzet de buitenland problematiek. Het merendeel van de stikstof in Zeeland is afkomstig uit het buitenland en (internationale) scheepvaart. Zonder aanpak daar is het moeilijk de doelen te halen. 

Naast personele inzet is er ook materiele inzet. Deze is deels afkomstig van het Rijk waar het gaat om regelingen. Via de opgave stikstof zijn er middelen voor monitoring en proces beschikbaar. Ook in de investeringsagenda zijn middelen opgenomen voor bronaanpak. In 2020 lag de focus met name op het maken van instrumenten, vastgesteld in de provinciale beleidsregels Intern- en Extern salderen, voor vergunningverlening en het opstarten van gebiedsgerichte aanpak. In 2021 zal dit meer liggen op het nauwkeuriger bepalen van de opgave, het vertalen van de daarvan naar maatregelen, het bepalen van de aanpak in gebiedsgerichte processen en het monitoren van de effecten. 

Proces

In de voorjaarsnota 2020 is stikstof als opgave benoemd. Kern van de opgave is dat deze alleen kan slagen als alle sectoren bijdragen aan de oplossing. Daarom vormen alle betrokken partijen samen een bestuurlijk overleg stikstof Zeeland. Ook zitten alle partijen in een externe werkgroep, en per gebiedsgerichte aanpak zijn de direct belanghebbenden vertegenwoordigd. 

Binnen de organisatie zijn er sterke relaties met programma's, opgaven en afdelingen. Met name de relatie met Natuur, platteland en landbouw en met vergunningverlening zijn van groot belang. De opgave heeft tot doel het proces in gang te zetten, waarna de uitvoering in een andere eenheid plaats vindt. 

Op 10 juli 2020 hebben PS de strategische aanpak stikstof vastgesteld. Deze is als richtinggevende en kaderstellende notitie behandeld en de wensen en bedenkingen zijn meegegeven aan GS. De aanpak stikstof is echter continu in ontwikkeling, onder andere door landelijke ontwikkelingen. Zo is tussentijds de minister van landbouw met haar aanpak gekomen en heeft de commissie Remkes adviezen uitgebracht. Dit heeft direct effect op de Zeeuwse aanpak. In het proces is daarom zowel de relatie met externe partijen als met PS van groot belang en zal de strategische aanpak tussentijds ook kunnen worden aangevuld. 

Slimme mobiliteit

Omschrijving

Om mee te doen in de maatschappij moet je je kunnen verplaatsen: naar het werk, naar school, naar de winkel. Goede bereikbaarheid is daarom cruciaal voor de leefbaarheid en vitaliteit van Zeeland. Veel mensen kunnen zelf in hun mobiliteit voorzien, en voor de lange afstand is de trein een prettig alternatief voor de eigen auto. Het mobiliteitssysteem zoals het nu werkt pas door de ontwikkelingen steeds minder bij de huidige tijd. Er zijn veranderingen nodig. Die veranderingen betreffen zowel de manier waarop mobiliteit wordt aangeboden, als de infrastructuur die daarvoor nodig is. De uitdaging voor de komende jaren is de stap te maken naar slimme mobiliteit.
Het startpunt hiervoor betreft de reiziger. Niet denken vanuit overheidsdoelstellingen, ambities van maatschappelijke organisaties of vanuit de bestaande systemen (zoals het bussysteem, deelsystemen en het fietsnetwerk), maar zoeken hoe de (potentiële) reiziger het beste gefaciliteerd kan worden om van deur tot deur de reis te maken.

Ambitie

Het komen tot een toekomstgericht mobiliteitssysteem, dat slimmer, sneller, schoner, veiliger, vanuit samenwerking, met deelmobiliteit gaat functioneren. Randvoorwaarden daarbij zijn betaalbaarheid, zekerheid, keuzevrijheid en toegankelijkheid. Via het netwerkproces voor de invulling van de Regionale Mobiliteitsstrategie wordt deze ambitie ingevuld naar concrete doelstellingen.  

Inzet

De uitdaging voor de komende jaren is de verdere stappen te zetten op weg naar slimme mobiliteit. Hierbij stemmen we het aanbod af op de vraag naar betaalbare mobiliteit. Dat doen we door een samenspel van innovatieve technologische systemen en klassieke vervoersvormen (bus, trein, boot). De technologische ontwikkelingen bieden nieuwe mobiliteit én kansen voor het gemak waarmee tussen modaliteiten kan worden gewisseld, maar ook digitale voorzieningen waardoor reizen niet langer nodig is. Inclusief systemen voor betalen en reserveren die meer flexibiliteit bieden. Fysiek zijn daarbij de knooppunten belangrijk in deze ontwikkeling, omdat dat de plekken zijn waar vervoersvormen bij elkaar komen en verknoopt kunnen worden.

Regionale Mobiliteitsstrategie
In 2020 is met de conferentie Slimme Mobiliteit de aftrap gegeven voor een gezamenlijk proces van partijen en zijn de notitie netwerksturing en de richtinggevende keuzes bepaald. 2021 wordt het cruciale jaar om de richtinggevende keuzes in de regionale mobiliteitsstrategie te vertalen en de uitgangspunten voor de mobiliteitsconcessie vanaf 2025 te bepalen. In samenhang met de Regionale Mobiliteitsstrategie is een belangrijk aspect daarbij de transitie naar schone mobiliteit.

Living Lab Slimme Mobiliteit
Technologische ontwikkelingen bieden nieuwe mobiliteit én kansen voor het gemak waarmee tussen modaliteiten kan worden gewisseld. Inclusief systemen voor plannen, boeken en betalen die meer flexibiliteit bieden. Samen met de gemeenten zullen in 2021 stappen worden gezet in de doorontwikkeling van de gemeentelijke vervoerscentrale en de aansluiting van Zeeland op Mobility as a Service systemen. Toekomstperspectief is dat de centrale een rol kan spelen in het organiseren van flexibele fijnmazige mobiliteit.
Lopende projecten en ontwikkelingen zijn:

  • Ontwikkeling deelauto-initiatieven via Stichting Duurzame Mobiliteit Zeeland
  • Stimuleren deelfietsprojecten, onder andere in Middelburg, Vlissingen en Zierikzee
  • Nieuwe vervoersconcepten stimuleren zoals Ontmoetingsbus (Reimerswaal), Thover (Tholen) en Max Mobiel (Terneuzen)
  • (Vervolg op) Verkenningen naar autonoom vervoerprojecten Brouwersdam, Zwin-regio en autonoom pontje
  • Hubontwikkeling stationsgebied Vlissingen
  • Uitbreiden van initiatieven SD op weg, het mobiliteitsplatform op Schouwen-Duiveland
  • Regio enveloppe project Smart Mobility voor studenten

In 2021 wordt dit mede via de middelen vanuit het pakket ‘Wind in de Zeilen’ het living lab slimme mobiliteit in Zeeland uitgebouwd zodat het aantal experimenten en pilots verder wordt uitgebreid.


Versnellen treinverbinding
Met het ministerie van I&W, NS en ProRail zijn afspraken gemaakt over verbetering van de spoorverbinding van en naar Zeeland. Nadat eerder is gestart met extra spitstreinen (2 spitstreinen 's ochtends en 2 spitstreinen 's middags) zal eind 2021 de volgende stap worden gezet, door het toevoegen van een volwaardige intercity van/ naar Zeeland naast twee sprinters per uur die alle stations aandoen. Daarmee wordt een begin gemaakt met het versnellen van de treinverbinding met de Randstad en Noord-Brabant.


Krachtenbundeling Smart Mobility
De technologische ontwikkelingen hebben betekenis voor het gehele mobiliteitsveld. Voor de keuzes op infrastructureel gebied, de verkeersveiligheid, de voertuigen en de wegen. Via de samenwerking van krachtenbundeling Smart Mobility worden landelijk ontwikkelingen besproken en afgestemd wat dit voor onder andere overheden betekent. In landelijk verband is afgesproken dat alle wegbeheerders zorgen dat digitale informatie over o.a. wegen, fietspaden en parkeerplekken gestandaardiseerd bijgehouden gaat worden. In 2021 zal uitvoering worden gegeven aan het implementatieplan dat in 2020 gezamenlijk tussen Zeeuwse wegbeheerders is opgesteld. Andere ontwikkelingen die in dit verband spelen zijn introductie van slimme verkeerslichten (iVRI’s) en de aandacht voor toenemende technologische ontwikkelingen in voertuigen in relatie tot de Zeeuwse infrastructuur.

Proces

Binnen Zeeland is inmiddels een groot aantal partijen betrokken bij de opgave Slimme Mobiliteit. Via de notitie netwerksturing en de aanvullingen vanuit Provinciale Staten vanuit de wensen en bedenkingen procedure is een compleet netwerk van partijen betrokken. Via digitale bijeenkomsten en werksessies levert een groot aantal partijen input voor de regionale mobiliteitsstrategie en breed worden partijen op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. In 2020 zijn er ook digitale bijeenkomsten georganiseerd voor reizigers in verschillende leeftijdscategorieën en voor de minder valide reizigers. Ook in 2021 zal er een tweetal van deze sessies worden gehouden om input te krijgen voor de regionale mobiliteitsstrategie.
In 2021 zal via twee stappen tot de regionale mobiliteitsstrategie worden gekomen:

  1. Aan de meebeslissers zal de concept regionale mobiliteitsstrategie gelijktijdig met behandeling in PS worden voorgelegd. Gelijktijdig krijgen de meedenkers en meeweters de ruimte om hun advies op dit stuk te geven.
  2. De definitieve regionale mobiliteitsstrategie zal aan de meebeslissers worden voorgelegd parallel aan besluitvorming in PS.

Samen met de regionale mobiliteitsstrategie zullen uitgangspunten voor de volgende concessie worden bepaald. Het is afhankelijk van de nog te maken keuzes welke breedte deze concessie zal krijgen en welke partijen over de uitgangspunten moeten beslissen.

Zichtbaar Zeeland

Omschrijving

Voor de huidige en toekomstige opgaven van Zeeland wordt momenteel gewerkt aan een integrale Zeeuwse Marketing Organisatie (ZMO). Provinciale Staten hebben op 10 juli 2020 hiervoor de ‘Richtingen notitie Zichtbaar Zeeland: Zeeland op de (inter)nationale kaart’ vastgesteld (https://www.zeeland.nl/digitaalarchief/ib2063d3e738). In dit voorstel zijn drie prioriteiten opgenomen:

  1. Verbeteren van het imago van Zeeland; een evenwichtig imago als het gaat om wonen, werken, ondernemen, studeren en bezoeken/beleven.
  2. Zorgen dat in Zeeland sprake is van voldoende en goed opgeleid personeel.
  3. Als gevolg van de beëindiging van VVV Zeeland op 1-1-21 komen tot een toekomstbestendige situatie, waarbij de voor een toeristische provincie als Zeeland belangrijke taken op een goede manier worden belegd.

Doel is om dit alles in samenhang te organiseren, waarbij efficiëntie en effectiviteit in de Zeeland marketing voorop staan. Hiervoor worden momenteel diverse opties (rechtsvormen) bekeken met hun voor- en nadelen, welke hiervoor het meest geschikt lijkt. Samenwerking tussen Zeeuwse overheden, onderwijs/kennisinstellingen en ondernemers is daarbij cruciaal, net als de samenwerking met partijen uit kunst, cultuur, erfgoed, natuur, etc. In 2021 wordt aan de scope van de ZMO en de meest passende rechtsvorm daarbij, met partners verder invulling gegeven.

Ambitie

Zeeland heeft een sterk imago als toeristische bestemming, maar er wordt anders naar Zeeland gekeken als het gaat om leven en werken. Uit onderzoek blijkt dat mensen buiten Zeeland het idee hebben dat hier geen banen zijn en geven ze aan Zeeland niet aantrekkelijk (genoeg) te vinden als vestigingsplaats. Dit blijkt ook weer uit het onlangs gehouden imago- en vestigingsonderzoek van Motivaction (m.n. young professionals en jonge gezinnen hebben een nog onvolledig of negatief beeld van Zeeland) in het kader van de compensatie Marinierskazerne. Voor Zeeland is dit een belangrijke opgave, aangezien er grote, specifieke tekorten zijn op de arbeidsmarkt en we ook een demografische uitdagingen hebben. Immers, door vergrijzing en ontgroening komt een bepaald voorzieningenniveau (scholen, verenigingen etc.) en daarmee de leefbaarheid onder druk te staan.

Ook het afblazen van de marinierskazerne en de publiciteit daar rondom heeft het beeld van Zeeland als vestigingsregio geen goed gedaan. Wel biedt het compensatiepakket alle kansen (snellere treinverbinding, een Delta Kennisinstituut, Law Delta) om daar vanaf nu wel een positieve beeldvorming rondom te creëren voor precies die voor Zeeland zo belangrijke doelgroepen van (kennis)werkers en jong talent. Het is dus noodzakelijk om enerzijds actief in te zetten op versterking en verbreding van het imago van Zeeland en anderzijds in de uitvoering van campagnes, projecten en activiteiten concrete marketingkrachten te bundelen zodat meer mensen – en zeker ook (young) professionals en gezinnen - gaan overwegen om in Zeeland te gaan wonen, studeren en/of werken of ondernemen. Momenteel worden hier al door een netwerk aan partners acties en campagnes op georganiseerd en uitgevoerd, maar nog te veel los van elkaar en daardoor met suboptimale effecten voor deze grote sociaaleconomische opgave van Zeeland.

Ook de beeldvorming en marketing van Zeeland als toeristische bestemming blijft een belangrijke prioriteit, zeker ook in deze Coronatijd waarin de gehele vrijetijdseconomie – van detailhandel en cultuur tot horeca en evenementen - harde klappen krijgt. Deze prioriteit uitvoering geven is in 2021 extra belangrijk, aangezien de VVV Zeeland (eind 2020) waar de toeristische marketing belegd is, ophoudt te bestaan. Samen met het toeristisch bedrijfsleven en gemeenten wordt zorgvuldig gekeken welke doelen we als Zeeland op toeristisch gebied nastreven en hoe de ZMO kan bijdragen aan het behalen van die doelen. Sommige taken van de oude VVV zijn beoogd om mee te nemen naar de ZMO, andere taken van de VVV zijn beoogd voor eventuele overname door gemeenten (inspiratiepunten) danwel markt (boekingssites).

Inzet

In 2021 moet hiervoor een ZMO entiteit zijn opgericht die voornoemde ambitie verder met haar netwerkpartners gaat invullen en vormgeven. De inzet voor 2021 (enige voorbereiding reeds in 2020) is o.m.:

1. Organiseren van formeel commitment bij de beoogde partnerorganisaties en voorbereidingen treffen voor het oprichten van en samen vormgeven van een nieuwe juridische entiteit voor de ZMO (start Q4 2020 en Q1 2021), besluitvorming in o.m. PS en gemeenteraden (Q1, Q2) waarna concretere voorbereidingen kunnen worden getroffen zoals: Inschrijving kamer van koophandel, voorbereiding huisvesting, vaststellen functiehuis en benoeming (Interim) Directeur/Bestuurder en basisteam voor start ZMO.

2. Uitwerken van het strategische ZMO plan o.b.v. de volgende strategische uitgangspunten:

  • A. We werken volgens een uitgekiende merkstrategie die leidend is bij de positionering van Zeeland. Daarbinnen kiezen we voor onderscheidende merkwaarden en beloftes.
  • B. We werken integraal vanuit de overtuiging dat er een grote wisselwerking is tussen wonen, werken, bezoeken, ondernemen en studeren.
  • C. We maken de boodschap persoonlijk relevant op basis van data en inzichten.
  • D. Het beïnvloeden van beleving en reputatie is een investering voor de lange termijn. We maken onze boodschap dan ook consistent en duurzaam.
    We meten de resultaten van ons werk zodat we continue kunnen verbeteren en verantwoording af kunnen leggen aan onze partners.
  • E. We verbinden overheden, bedrijfsleven, cultuur- en natuurorganisaties, marketingpartijen, samenwerkingsverbanden en kennisinstellingen om onze gedragen doelen te realiseren.
  • F. We bereiken onze doelen alleen door samenwerking. Met respect voor elkaars belangen, rollen en positie.
  • G. We zetten onze expertise en kennis in om bij te dragen aan het aantrekkelijker maken van Zeeland om te wonen, werken, ondernemen, studeren en bezoeken.

3. Werving leden / deelnemers van nieuwe entiteit o.b.v. een gezamenlijk kader/strategie en inrichten governance.

4. Gereed maken van het online platform voor de drie domeinen (Bezoeken/Wonen Studeren Werken/Ondernemen):

  • a. Inrichten nieuwe objecten database en migratie huidige
  • b. Migratie website en content van VVV Zeeland website
  • c. Ontwikkelen aantal nog niet ingerichte functionaliteiten op Sitecore platform
  • d. Aanpassingen op de wonen en werken website

5. Opstarten proces met netwerkpartners voor (her)positioneringsstrategie Zeeland

6. Start en uitvoering integrale marketingactiviteiten en uitbouwen daarvan gedurende 2021, waarbij we campagnes zo veel mogelijk optimaliseren en combineren, zoals natuur- en cultuurbeleving, food/culinair en evenementen, aantrekken van talent voor de zorg, het onderwijs en andere sectoren als techniek en dienstverlening, verlenging van het toeristisch seizoen etc. We scherpen deze netwerkcampagnes steeds verder aan o.b.v punt 5.

Proces

Zichtbaar Zeeland is een vraagstuk dat via netwerksturing wordt aangepakt. Vanuit de samenwerking met gemeenten en netwerkpartners zijn diverse geledingen bij de scope- en planontwikkeling van het ZMO betrokken, via deze geledingen zullen ook de vervolgstappen van breed draagvlak en commitment worden besproken en afgestemd:

  • De triple helix samengestelde werkgroep Zeeland Marketing Organisatie – en ook de stuurgroep ZMO –met een directe link naar de Economic Board, onderschrijven de behoefte aan imagoversterking, integrale doelgroepgerichte (content)marketing en uitvoeringskracht. Hierin zijn diverse gemeenten en citymarketingorganisaties betrokken zoals vertegenwoordigers van St. Tholen Beter Bekend, St Goes Marketing en Terneuzen Marketing, ook met een link naar de betreffende gemeentelijke organisaties. Onlangs zijn ook Vlissingen en Middelburg uitgenodigd voor overleg over deze integrale aanpak en samenwerking van Zeeuwse overheden met bedrijfsleven.
  • Het triple helix samengestelde Aanvalsteam Arbeidsmarkt, dat werkt met drie pijlers. De derde pijler is imago en arbeidsmarketing/recruitment van mensen van buiten Zeeland.
  • De uit diverse gemeentelijke geledingen (binnenstad, economie, citymarketing, cultuur, evenementen) samengestelde Z4 die de afgelopen jaren in Z4 verband de noodzaak onderstreept heeft om meer in te zetten op een sterk Zeeuws Imago in relatie tot thema’s als vestigen (wonen, werken, studeren) naast de nadruk op (kust)toerisme. Stedelijke aantrekkelijkheid (met pijlers als cultuur, retail, horeca, wonen etc) is daarvoor een belangrijk speerpunt, met het bidbook Samen in Zee deel I en II als basis.
  • De VZG ambtelijke werkgroep T&R/OZO voorbereidingsgroep T&R voor Themagroep Economische Versnelling en Toerisme is met name betrokken bij de VVV transitie en de zgn. ‘borging toerisme’, in mindere mate bij de ontwikkeling van de ZMO. Vooral in deze groep leven er zorgen over de afwikkeling van de VVV en daarmee ook zorgen m.b.t. de snelheid en zorgvuldigheid waarmee de ZMO wordt opgericht i.r.t. het VVV-afwikkelingsdossier. Men waarschuwt vanuit deze groep m.n. voor het gevaar dat de VVV-transitie te leidend wordt in de strakke planning richting oprichting op 1 januari. Deze groep pleit voor loskoppeling van deze twee processen (afwikkeling VVV en oprichting ZMO). Deze oproep is ter harte genomen en de trajecten worden weer wat meer losgekoppeld, met uiteraard veel onderlinge verbanden en afstemming.
  • De ZMO staat ook op het bestuurlijk niveau van OZO en Economic Board op de bestuurlijke agenda’s, alsmede op de agenda van VNO NCW en de Werkgeverstop (https://www.vnoncwbrabantzeeland.nl/wp-content/uploads/2020/02/2020-02-10-Positionpaper-arbeidsmarkt-Zeeland-tbv-Jo-Annes-de-Bat.pdf).
  • Behalve initiator van deze netwerksturing, is de Provincie straks ook een van de leden/deelnemers van de nieuw te vormen entiteit. Vanuit die deelnemende rol van de Provincie zullen dan jaarlijkse prestatieafspraken gemaakt worden met de ZMO. Ook zullen er nog ‘rafelranden’ zijn, hetgeen betekent dat er veel afstemming plaatsvindt tussen taken van overheden (lobby, film commission, evenementen subsidies en relatie evenementen etc). Hierover moeten jaarlijkse prestatieafspraken gemaakt worden.

Wat mag het kosten?

Bedragen x €1.000
Exploitatie B2021
Lasten
010206-Stikstof 214