Provinciale heffingen

Inhoud

Inleiding

Uit provinciale heffingen ontstaan inkomsten die worden betaald door inwoners en het bedrijfsleven aan de provincie Zeeland. Met de heffingen creëren wij de mogelijkheid, aanvullend op onder meer de uitkering uit het provinciefonds, om collectieve voorzieningen te dekken. In deze paragraaf gaan we in op het onderliggende beleid voor de verschillende heffingen en geven wij inzicht in de berekening van de tarieven van heffingen.

Beleid

Wij gaan bij heffingen zo veel mogelijk uit van het profijtbeginsel. Dit beginsel is gebaseerd op de gedachte dat inwoners en bedrijven bijdragen in de kosten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van het profijt dat zij van die voorzieningen hebben. Het profijtbeginsel manifesteert zich sterker bij heffingen dan bij belastingen; burgers of bedrijven betalen naar de mate van het profijt dat ze van een bepaalde overheidsvoorziening of dienst hebben. Zeeland kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen.

Wijzigingen ten opzichte van beleid vorig jaar

Ten opzichte van 2019 zijn er geen beleidswijzigingen met betrekking tot de heffingen.

Lokale lastendruk

Tarief opcenten MRB = 89,1

•    Landelijk gemiddelde tarief MRB = 83,0

•    Maximale tarief opcenten MRB = 115

•    Maximaal kostendekkende tarieven voor heffingen en leges

Werkelijke opbrengsten

Bedragen x € 1 miljoen:

  • € 45,3  Opcenten motorrijtuigenbelasting
  • € 0,13  Grondwaterheffing
  • €  0,5 Leges

Beleidskader

Heffingen provincie

We heffen jaarlijks de volgende lokale heffingen:

•    Belastingen

•    Heffingen

•    Leges

Belastingen

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt geheven over het bezit van een auto en niet over het gebruik. De heffing en inning van de MRB, waarin de provinciale opcenten meeliften, verzorgt de belastingdienst. Bovenop de MRB betalen houders van personenauto’s en motoren ‘provinciale opcenten’. De provincies stellen zelf hun opcenten tarief vast, tot een wettelijk bepaald maximum.

Het tarief voor 2020 is naar aanleiding van het statenvoorstel “Provinciale opcenten in relatie tot de commissie Jansen” tijdelijk verhoogd voor 3 jaar (2019 tot en met 2021) van 82,3 naar 89,1 opcenten. Het landelijk gemiddelde tarief voor 2020 is 82,3 opcenten. In 2020 mocht maximaal 115,0 opcenten geheven worden. Er is € 45,3 miljoen aan inkomsten uit opcenten gerealiseerd in 2020. Dit is een stijging van € 0,3 miljoen ten opzichte van 2019. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door een stijging van het aantal auto's (0,8%) en een stijging van het gemiddelde gewicht per auto (0,2%).

Heffingen

Algemene uitgangspunten

Het uitgangspunt is dat de opbrengsten van zowel heffingen als leges niet hoger mogen zijn dan de lasten die betrekking hebben op de activiteiten. Tot de lasten worden gerekend alle materiële kosten en de salarislasten inclusief overhead die betrekking hebben op de heffing. Iedere 4 jaar wordt het tarief verhoogd voor inflatie. Als blijkt dat het in rekening te brengen tarief ver beneden de kostprijs ligt, wordt een grotere stijging doorgevoerd dan de inflatiecorrectie.  

Grondwaterheffing

Onder de naam ‘grondwaterheffing’ wordt een directe provinciale heffing geheven voor het onttrekken van grondwater. De opbrengst van deze heffing wordt gebruikt om de kosten die we hiervoor maken te dekken. Het betreft specifieke kosten van het voorkomen en tegengaan van de nadelige gevolgen van onttrekkingen en infiltraties en van onderzoeken in relatie tot het grondwaterbeleid. De provinciale grondwaterheffingen worden door de provincies geheven op grond van de Grondwaterwet en de provinciale grondwaterheffingsverordening 2010.

Verhouding geraamde opbrengsten – geraamde kosten?

De baten grondwaterheffing 2020 bedragen € 131.600. De baten bestaan voor een groot deel uit inkomsten waarbij de onttrekking permanent is. Daarnaast is er jaarlijks opbrengst van de grondwaterheffing waarbij de onttrekking van het grondwater incidenteel is.

De materiële lasten van de grondwaterheffing over 2020 bedragen € 159.200. Omdat de lasten van de grondwaterheffing ook gemaakt worden binnen de personeelslasten die niet direct toegerekend worden aan de lasten met betrekking tot grondwaterheffing zijn de lasten moeilijker inzichtelijk te maken dan de baten. De beste benadering om inzicht te krijgen in de lasten is door inzicht te krijgen in het aantal fte. dat belast is met de werkzaamheden aan betreffende leges en tegen welk uurtarief (afhankelijk van inschaling) inclusief overheadkosten. De loonkosten bedragen € 80.400 per jaar en de overheadkosten € 16.500. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.

Leges

Provincie Zeeland legt voor diverse diensten leges op. Leges zijn vergoedingen voor kosten die de overheid maakt voor de dienstverlening aan burgers en bedrijven. In de legesverordening Zeeland 2018 zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. We actualiseren de legesverordening en tarieventabel elke vier jaar. Indien hier aanleiding toe is, vindt tussentijds een aanpassing van de legesverordening plaats. Een evaluatie vanwege de invoering van de nieuwe leges in 2018 vindt plaats in 2021. In 2020 is het statenvoorstel met betrekking tot BRIKS taken vastgesteld. Vanaf 2021 heft Zeeland voor deze BRIKS taken leges.

Verhouding geraamde opbrengsten – geraamde kosten?

De leges baten in 2020 komen uit op € 497.800. De verdeling van de baten is als volgt: Verkeer en Vervoer € 56.800, Omgevingsvergunning en Milieubeheer € 116.300 en Natuur € 324.700.

Omdat de lasten van de leges met name gemaakt worden binnen de personeelslasten en niet direct toegerekend worden aan de diverse legesactiviteiten zijn de lasten moeilijker inzichtelijk te maken dan de baten. De baten worden wel rechtstreeks op de leges activiteiten geboekt. De beste benadering om inzicht te krijgen in de lasten is door inzicht te krijgen in het aantal fte. dat belast is met de werkzaamheden aan betreffende leges en tegen welk uurtarief (afhankelijk van inschaling) inclusief overheadkosten. De loonkosten bedragen € 776.000 en de overheadkosten € 156.500. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.

De kostendekkingsgraad over de gehele linie is laag. Voor de grondwaterheffing wordt dit voornamelijk veroorzaakt door investeringen die gedaan worden voor een grote update van het meetnet en de automatisering daarvan in 2020 en 2021. In 2021 vindt een evaluatie plaats van de legesverordening, hierbij wordt ook onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid. Mocht dit aanleiding geven om de tarieven aan te passen dan zal Provinciale Staten hierover een voorstel ter besluitvorming voorgelegd worden.

Bijlage 1 Berekening kostendekkendheid

Bijlage 1: Berekening kostendekkendheid Leges en Grondwaterheffing

 

Grondwaterheffing

 

Leges verkeer en vervoer

Leges omgevings-vergunning en milieubeheer

Natuur

Totaal leges

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kosten taakveld

239.600

 

27.200

73.300

675.500

776.000

 

Inkomsten taakveld

0

 

0

0

 

0

 

Netto kosten taakveld

239.600

 

27.200

73.300

675.500

776.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

 

 

Overhead

16.500

 

7.200

13.900

135.400

156.500

 

Totale kosten

256.100

100%

34.400

87.200

810.900

932.500

100%

Opbrengst heffingen

131.600

51%

56.800

116.300

324.700

497.800

53%

 

Publicatiedatum: 22-04-2021

Inhoud