Meer
Publicatiedatum: 28-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Toelichting op de balans

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de vigerende verordening ex artikel 216 Provinciewet, de Financiele Verordening Zeeland, waarin door Provinciale Staten de uitgangspunten voor het financiële beleid alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. 

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden hieronder toegelicht.


Bij de resultaatbepaling is geen rekening gehouden met heffing vennootschapsbelasting omdat de provincie op basis van eenbeoordeling van de provinciale activiteiten heeft geconcludeerd dat zij voor al haar activiteiten geen fiscale onderneming drijft, dan wel dat er een vrijstelling kan worden toegepast.

Verantwoording subsidies

De provincie Zeeland ervoor gekozen om voor het bepalen van de last bij subsidies uit te gaan van het voorzichtigheidsprincipe: voor subsidies geldt dat de last wordt genomen in het jaar waarin de subsidiebeschikking wordt afgegeven.

In lijn met andere provincies die dit stelsel toepassen, passen wij hierop de volgende uitzonderingen toe:

  1. Uit de subsidiebeschikking blijkt onomstotelijk dat de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend in één of meerdere  volgende jaren zal plaatsvinden (zoals bijvoorbeeld integrale kostensubsidies en natuursubsidies); of
  2. Uit een bestuurs-/samenwerkingsovereenkomst blijkt dat deze lastneming bij het aangaan van deze overeenkomst nog niet is vast te stellen.

Handreiking “Verantwoorden van subsidies” (Commissie BBV, januari 2019)

In januari 2019 heeft de Commissie BBV de handreiking “Verantwoorden van subsidies” gepubliceerd. In de handreiking gaat de Commissie BBV in op de vraag wanneer de subsidie als last bij de subsidiegever en als bate bij de subsidieontvanger dient te worden verantwoord. In de handreiking geeft de Commissie BBV aan dat de verwerkingswijze afhangt van het type subsidie en de gestelde voorwaarden, waarbij de Commissie BBV - bij voorwaardelijke subsidieverstrekkingen (exploitatie- en investeringssubsidies) – duidelijk aangeeft dat de subsidielast op basis van toerekeningsbeginsel verantwoord dient te worden. Dit betekent dat de subsidielast (gedeeltelijk) verantwoord dient te worden in het jaar waarin door de subsidieontvanger de prestatie (waarvoor de subsidie voor is verstrekt) is geleverd en (gedeeltelijk) aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

Zoals hierboven toegelicht zijn de verstrekte (voorwaardelijke exploitatie- en investerings)subsidies in de jaarrekening 2019 verantwoord op basis van het voorzichtigheidsbeginsel. Deze verwerkingswijze wijkt af van de verwerkingswijze zoals opgenomen in de handreiking “Verantwoording van subsidies” d.d. 21 januari 2019 van de commissie BBV.

In 2019 heeft overleg plaatsgevonden tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, accountants en alle betrokken provincies om te komen tot één uniforme verwerkingswijze. Hierover is overeenstemming bereikt en dit wordt op dit moment vertaald naar een ”vraag en antwoord” van de commissie BBV. In deze “vraag en antwoord” zal een grondslag voor de verwerking en verantwoording van subsidielasten worden beschreven die past binnen het stelsel van baten en lasten, tegemoet komt aan het vereiste inzicht voor met name Provinciale Staten en niet leidt tot onnodige administratieve lasten (bij zowel subsidieverstrekkers als -ontvangers). Deze “vraag en antwoord” moet nog worden uitgebracht door de commissie BBV. Met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de commissie BBV is afgesproken dat dit nieuwe stelsel met ingang van 1 januari 2021 van toepassing zal zijn (zonder terugwerkende kracht). Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in de decembercirculaire 2019 aangekondigd de huidige werkwijze met betrekking tot de verantwoording van subsidies door de provincies ook in 2020 te gedogen.

Bovenstaande heeft tot gevolg dat in de jaarrekening 2021 een stelselwijziging voor de verantwoording van de subsidielasten plaats dient te vinden, om te voldoen aan de nog te publiceren “vraag en antwoord” voor verwerking en verantwoording van subsidielasten door de commissie BBV. Naar verwachting zal de post “nog te betalen subsidies” op basis van de nieuwe verwerkingswijze zoals opgenomen in de nog door de commissie BBV te publiceren “vraag en antwoord” lager uitvallen en een (nog te vormen) specifieke reserve met beklemde subsidiemiddelen als onderdeel van het eigen vermogen hoger. De daadwerkelijke financiële impact kan — vanwege het ontbreken van de benodigde informatie — op dit moment echter nog niet worden bepaald, maar zal naar verwachting niet leiden tot meer afwegingsruimte voor Provinciale Staten.

Activering van directe apparaatskosten aan materiële vaste activa

Interne uren die direct relateren aan investeringen dienen conform de voorschriften (BBV) te worden geactiveerd.  Over de vervaardigingskosten van de projecten opgenomen bij de investeringskredieten, waarbij er sprake is van directe uren activeren we, vanaf 2019, een percentage van 8,5% over de vervaardigingskosten van het betreffende boekjaar. Deze geactiveerde kosten worden (in 2019 via resultaatbestemming) toegevoegd aan een (nog bij het statenvoorstel Jaarstukken 2019 in te stellen) dekkingsreserve afschrijvingen apparaatskosten ter dekking van de hogere afschrijvingslasten. 

Vaste activa

Activa die bedoeld zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie duurzaam te dienen.

Algemeen

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa:

  • Investeringen met een economisch nut;
  • Investeringen met een economisch nut, waardoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven.

Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten, verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

Ten aanzien van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geldt tot aan investeringsdatum 31 december 2016 dat eventuele bijdragen uit de reserves in mindering zijn gebracht op deze investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

De op de oorspronkelijke verkrijging- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur of technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen.

De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt.

Duurzame waardevermindering van vaste activa

Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Lagere taxatiewaarden dan de boekwaarden van onroerende zaken zijn hierbij als duurzame waardedaling in aanmerking genomen. Afwaardering van maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er ten opzichte van de huidige functie geen (bestuurlijke) intentie is voor duurzame exploitatie.

Buitengebruik gestelde vaste activa

Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. 

Afschrijvingen

Investeringen met economisch nut of investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut, worden lineair afgeschreven in maximaal:

Object Aantal jaar
Laptop, desktop, workstation, tablets, server (incl. implementatiekosten) 4
Beeldscherm (incl. implementatiekosten) 6
Wifi en netwerkcomponenten (incl. implementatiekosten) 4
Telefoons, smartphones (incl. implementatiekosten) 3
Software, afhankelijk van applicatie (incl. implementatiekosten) 2 tot 7
Verkeersregelinstallatie 15
Overige werktuigbouwkundige en electrotechnische installaties  5 tot 10
Wegen:  
- elementverhardingen 30
- asfaltverharding 35
- betonverharding 40
Droge kunstwerken (vaste bruggen, viaducten, tunnels, betonnen duikers, etc.) 80
Natte kunstwerken:  
- sluizen 100
- beweegbare bruggen 60
Overige infrastructuur (stalen geleiderail, geluidsschermen, lichtmasten, bewegwijzering, aanleginrichting veerboot, keerwanden, damwanden, etc.) 30
Gebouwen:  
- steunpunten, bedrijfsgebouwen, inrichting terreinen 30
- technische installaties gebouwen 10
- audiovisuele middelen 5
Voertuigen:  
- dienstauto's bestuur 4
- overige voertuigen 4 tot 8
- schepen 30

De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud, bodemsaneringen en het baggeren van watergangen zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Erfpacht

In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, waarbij de uitgifteprijs van eerste uitgifte geldt als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa gedurende het jaar:

Een gedetailleerd verloop van de materiële vaste activa wordt verwezen naar bijlage 1 de Staat van materiële en financiële activa.

Bedragen x € 1.000 Boekwaarde per 1 januari 2019 Investeringen Desinve- steringen Afschrij- vingen Bijdragen van derden Afwaar- deringen Boekwaarde 31 december 2019
Gronden en terreinen 45 - - 23 - -405 427
Bedrijfsterreinen 10.990 201 - 616 - - 10.575
Grond, weg en waterbouwkundige werken 3.752 - - 245 - - 3.508
Vervoermiddelen 13.457 - - 897 - - 12.560
Machines, apparaten en installaties 1.308 987 - 151 - - 2.144
Overig materiële vaste activa, erfpacht 12.780 510 - - - - 13.290
Totaal investeringen met economisch nut 42.332 1.699 - 1.931 - -405 42.504
Investeringen in de openbare ruimte maatschappelijk nut tot 1-1-2017
Grond, weg en waterbouwkundige werken 65.287 34 - 10.398 - - 54.923
Investeringen in de openbare ruimte maatschappelijk nut na 1-1-2017
Grond, weg en waterbouwkundige werken 7.282 14.352 - 742 2.223 - 18.670
Totaal investeringen met maatschappelijk nut 72.569 14.386 - 11.140 2.223 - 73.593

Financiële vaste activa

Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa:

  • Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
  • Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
  • Overige langlopende leningen;
  • Uiteenzettingen in ’s Rijksschatkist met rente typische looptijd van één jaar of langer;
  • Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer.

De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.

De onder vaste activa in de balans opgenomen financiële vaste activa worden tegen kostprijs dan wel duurzame lagere waarde gewaardeerd.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa gedurende het boekjaar:

Een gedetailleerd verloop van de financiële vaste activa kunt u terugvinden in bijlage 1 de Staat van materiële en financiële vaste activa.  In de paragraaf verbonden partijen treft u nadere informatie over de verschillende deelnemingen.

Bedragen x € 1.000 Boekwaarde per 1 januari 2019 Investe- ringen Desinve- steringen Afschrijv- ingen aflossingen Bijdragen van derden Afwaar- deringen Boekwaarde 31 december 2019
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen 127.175 1.750 - 0 - 500 128.425
Overige langlopende leningen 1.980 - - 450 - - 1.530
Overige uitzettingen rentetypische looptijd > of gelijk aan één jaar 2.390 - - 553 - - 1.837
Totaal Financiele vaste activa 131.545 1.750 - 1.003 - 500 131.791

Vlottende activa

Voorraden

De post voorraden wordt onderscheiden in:

Onderhanden werk, bouwgronden in exploitatie

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs. Deze prijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging zin toegerekend (grondkosten, bouwkosten) alsmede een rente van 2,53% (2019). De nog te realiseren verkoopopbrengsten worden op de vervaardigingkosten in mindering gebracht. Verlies wordt genomen zodra deze uit de exploitatie blijkt. De verliezen zijn berekend op nominale waarde.

Voor de provincie betreft het alleen de voorbereidingskosten en gronden voor het project Waterdunen onderdeel rode gronden.

Bedragen x € 1.000
Bouwgronden in exploitatie Boekwaarde per 1 januari 2019 Vermeer- deringen Boekwaarde per 31 december 2019 Nog te maken kosten Te verwachten opbrengsten Tekort Voorziening verlieslatend complex (NCW) Resultaat
Onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie
Project Waterdunen 12.207 1.224 13.431 764 10.800 3.395 3.395 -
Totaal onderhanden werk 12.207 1.224 13.431 764 10.800 3.395 3.395 -

De nog te maken kosten betreffen de laatste kosten voor aanleg en inrichting en zijn gebaseerd op de laatste projectramingen. De nog te realiseren opbrengst betreft de verkoop van de grond aan een marktpartij conform een reeds eerder aangegane overeenkomst.

Gereed product- en handelsgoederen

Onder deze voorraden is de waarde van gronden opgenomen die nog geen definitieve bestemming hebben, maar ingezet worden om projecten te realiseren.

Bedragen x € 1.000
Voorraden Boekwaarde per 1 januari 2019 Vermeerderingen Verminderingen Boekwaarde per 31 december 2019
Gereed product en handelsgoederen
grondbank zeeland 39.700 1.347 4.457 36.590
NPW grondb landb flankerend beleid 17.569 4.611 1.243 20.936
Voorraad vastgoedobjecten 2.371 - 400 1.971
Totaal gereed product en handelsgoederen 59.640 5.958 6.100 59.497

Grondbank Zeeland

De (ruil)gronden maken onderdeel uit van de Grondbank Zeeland.  De ruilgronden worden aangewend met de intentie om deze op korte termijn weer te verkopen of te ruilen.

In de paragraaf Grondbeleid wordt ingegaan op de omvang  en het gevoerde beleid.

Grondbank landbouw flankerend beleid

De gronden voor het landbouw flankerend beleid worden gefinancierd uit een krediet van het Groenfonds. De baten en lasten van deze financiering komen volledig ten gunste of ten laste van het Natuurpakket Westerschelde (NPW). Winst- en verlies bij grondtransacties komen ook ten gunste of ten laste van NPW.

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening van € 76.500 in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald.

De post uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

Boekwaarde per 1 januari 2019 Voorziening oninbaarheid Boekwaarde per 31 december 2019
Vorderingen op openbare lichamen 23.125 - 14.636
Overige vorderingen 277 77 1.274
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 23.402 77 15.910

De Vorderingen op openbare lichamen bevat, naast een aantal vorderingen op gemeenten, ook de vordering op de belastingdienst in verband met de te compenseren btw en nog te ontvangen opcenten motorrijtuigenbelasting. De overige vorderingen bestaat uit het debiteurensaldo op private partijen.

Schatkistbankieren

De onderstaande tabel geeft de berekening van de benutting van het drempelbedrag  schatkistbankieren.

(bedragen x € 1.000)
Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 1.765
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.420 1.672 882 1.480
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 345 93 883 285
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 235.307
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 235.307
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat 0
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 1.765
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 127.799 152.128 81.161 136.161
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.420 1.672 882 1.480

Liquide middelen

De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en betreffen alleen banksaldi.

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Liquide middelen Boekwaarde 1 januari 2019 Boekwaarde 31 december 2019
BNG - 2.949
Groenfondsrekeningen 72.617 34.169
Totaal liquide middelen 72.617 37.118

Overlopende activa

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Er is geen voorziening oninbaarheid in mindering gebracht.

De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Overlopende activa Boekwaarde 1 januari 2019 Boekwaarde 31 december 2019
Nog te onvangen Europese overheidslichamen 710 1.191
Nog te onvangen Rijk 224 3.950
Nog te ontvangen overige Nederlandse overheidslichamen 1.042 1.839
Overige nog te ontvangen bedragen 2.624 501
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. 2.011 1.834
Totaal overlopende activa 6.611 9.315

Uitkeringen met specifiek bestedingsdoel

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de uitkeringen met specifiek bestedingsdoel gedurende het jaar 2019:

Bedragen x € 1.000
Uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde per 1 januari 2019 Toevoegingen Ontvangen bedragen Boekwaarde 31 december 2019
Europese overheidslichamen
POP3 Absdale-Hulst 710 33 - 743
POP3 Technische bijstand - 439 439
het Rijk
BRIM Zeelandbrug 224 - 139 85
Overige Nederlandse overheidslichamen
Kavelruilbureau 1.042 643 - 1.685
Totaal 1.976 1.115 139 2.952

Vaste passiva

Algemeen

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste passiva een toelichting gegeven.

De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000.

Eigen vermogen

Onder het eigen vermogen zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves opgenomen. Voor de algemene reserve kan het provinciaal bestuur nog een nadere bestemming bepalen. Bestemmingsreserves (waaronder dekkingsreserves) zijn reserves waaraan Provinciale Staten al een bestemming hebben gegeven. Op grond van het beleidsuitgangspunt dat de noodzaak van handhaving van de overige reserves jaarlijks wordt herzien zijn in 2019 geen zaken van belang.

De post eigen vermogen wordt onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde per 1 januari 2019 Boekwaarde per 31 december 2019
- algemene reserve 14.235 21.242
- bestemmingsreserves 123.504 107.805
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 8.239 9.670
Totaal eigen vermogen 145.978 138.717

Reserves

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van Provinciale Staten. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de PS aan een reserve een bepaalde bestemming hebben gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stad kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd.

Aan de reserves hebben geen rente toevoegingen plaatsgevonden.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2019:

Bedragen x € 1.000
Eigen vermogen Boekwaarde per 1 januari 2019 Resultaat- bestemming 2018 Toevoeg- ingen 2019 Onttrek- kingen 2019 Verminde- ringen i.v.m. afschrijvingen op activa Boekwaarde 31 december 2019
Algemene reserve 14.235 - 7.174 166 - 21.242
Totaal algemene reserve 14.235 - 7.174 166 - 21.242
Resultaat na bestemming 2018 8.239 8.239 - - - -0
Totaal resultaat na bestemming 8.239 8.239 - - - -0
Bestemmingsreserve WST en Sluikiltunnel 31.331 - 14.774 8.139 9.872 28.094
Dekkingsreserve verbouwing Zws museum 3.604 - - - 200 3.404
Dekkingsreserve Gistpoortgebouw 1.936 - - - 102 1.834
Dekkingsreserve Schuytvlot 3.268 - - - 156 3.113
Dekkingsreserve Mauritsfort 190 - - - 95 95
Dekkingsreserve FF aanlandingsvoorzieningen 2.283 - - - 153 2.131
Dekkingsreserve FF gebouwen en terreinen 1.469 - - - 92 1.376
Dekkingsreserve wegsteunp 's Heerarendskerke 2.000 - - - - 2.000
Reserve meerjarige projecten 44.115 - 25.159 47.588 - 21.686
Reserve incidentele doelstellingen 513 - - 385 - 128
Reserve natuur 8.908 - 136 1.918 - 7.126
Reserve investeringsagenda 885 - 13.176 6.323 - 7.738
Reserve Marinierskazerne 3.093 - 500 - - 3.593
Dekkingsreserve wegeninvesteringen 7.854 - 2.113 263 16 9.688
Dekkingsreserve gebouw G 2.130 - 100 -41 65 2.206
Dekkingsreserve N286 landbouwroute 500 - 200 - - 700
Bestemmingsreserve ZIS 3.137 - - 1.086 - 2.051
Dekkingsreserve N652 recreatieverdeelweg schakel - - - - - -
Dekkingsreserve NCV 266 - - - - 266
Bestemmingsreserve investeringsfonds 1.250 - 4.250 - - 5.500
Onderhoudsreserve infrastructuur 3.500 - 5.028 5.234 - 3.294
Dekkingsreserve IT-infrastructuur 500 - - - - 500
Dekkingsreserve WSF - - 500 41 - 459
Dekkingsreserve gladheidsbestrijding - - 125 - - 125
Bestemmingsreserve afwikkeling ilg 291 - - 291 - -
Bestemmingsreserve onderh. Bedrijfspanden 482 - 1.387 1.171 - 699
Totaal bestemmingsreserves 123.505 - 67.448 72.397 10.751 107.805

Bestemmingsreserve Westerscheldetunnel en Sluiskiltunnel
In het kader van de investeringen in de Sluiskiltunnel is, uit de voor de aanleg van de tunnel beschikbaar gestelde middelen, een bestemmingsreserve gevormd. In eerste instantie werden de investeringen in de Sluiskiltunnel rechtstreeks onttrokken aan deze reserve. Per 1 januari 2014 is besloten de investeringen in de tunnel niet langer rechtstreeks te onttrekken aan deze reserve, maar deze te activeren op de balans en in 10 jaar (bij gereedkomen van de tunnel) af te schrijven. Aan de reserve wordt jaarlijks het ontvangen dividend van de NV Westerscheldetunnel toegevoegd. De onttrekkingen aan deze reserve bestaan uit afschrijving- en rentelasten en de onderhouds- en verzekeringslasten van de Sluiskiltunnel.

Bestemmingsreserve meerjarige projecten
Op basis van besluitvorming in het kader van overhevelen budgetten waren in de afgelopen jaren toevoegingen en onttrekkingen opgenomen in het saldo van de algemene reserve. Om de presentatie en rubricering van deze toevoegingen en onttrekkingen te verbeteren, is met de zomernota 2015 de bestemmingsreserve meerjarige projecten gevormd. Het overhevelen van budgetten geschiedt nu door het onttrekken en toevoegen aan de bestemmingsreserve meerjarige projecten, zodat een juist beeld blijft bestaan over het verloop van de algemene reserve.

Bestemmingsreserve incidentele doelstellingen
In de bestemmingsreserve Incidentele doelstellingen 2015-2019 zijn de financiële middelen voor de concreet geformuleerde ambities uit het coalitieakkoord gereserveerd. Deze reserve is gevormd door de besluitvorming in de zomernota 2015 en wordtaangewend in deze coalitieperiode.

Bestemmingsreserve natuur
Bij het behandelen van de bestemming van het rekeningsaldo 2015 is besloten om van de incidentele boekwinst op de grondtransacties een bestemmingsreserve natuur te vormen omdat dit transacties betroffen waarop afspraken uit het Natuurakkoord en de Bestuursovereenkomst Grond (december 2013) van toepassing zijn. Om invulling te kunnen geven aan deze afspraken is het nodig om het saldo van deze transacties te reserveren en deze verwerkingswijze te blijven hanteren tot alle hectares volledig zin verkocht/geruild tot uiterlijk 2027.

Bestemmingsreserve investeringsagenda
In de voorjaarsnota 2016 is besloten om een bestemmingsreserve te vormen om ruimte te maken voor een aantal grotere investeringen die voor Zeeland nodig zin. Het realiseren van voldoende investeringsruimte is nodig om (co)financiering te kunnen leveren voor grootse kansen die zich voordoen, ook als we nog niet precies weten hoe groot de provinciale moet zin en wat de bijdrage van anderen is. Primair voor Campus Zeeland, de investeringen in de Zuidwestelijke delta, economische innovatie, impuls bedrijventerreinen en wegeninvesteringen. Voor dergelijke investeringen is voor de periode 2017-2019 € 28,5 miljoen gereserveerd in de bestemmingsreserve investeringsagenda. Bestedingen ten laste van deze investeringsruimte worden voorgelegd aan Provinciale Staten.

Bestemmingsreserve MAR-kazerne
In 2016 is de bestemmingsreserve Marinierskazerne gevormd. Deze bestemmingsreserve wordt jaarlijks gevoed zodat na 30 jaar voldoende middelen beschikbaar zijn om de gevolgen van de dan opnieuw af te sluiten erfpachtovereenkomst met het Rijk te kunnen dekken.

Bestemmingsreserve Zeeland in stroomversnelling (ZIS)
In december 2017 is de bestemmingsreserve Zeeland in stroomversnelling gevormd om het investeringsprogramma “Zeeland in stroomversnelling” uit te voeren.

Bestemmingsreserve investeringsfonds Zeeland BV
Bij de voorjaarsnota 2018 is besloten de bestemmingsreserve investeringsfonds Zeeland BV te vormen. De bestemmingsreserve is gevormd om eventuele afwaarderingen van het investeringsfonds Zeeland BV af te dekken.

Bestemmingsreserve groot onderhoud bedrijfsgebouwen
In de Voorjaarsnota 2018 is het voorstel gedaan om een bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen in te stellen. Jaarlijks wordt aan deze reserve toegevoegd en de lasten van het groot onderhoud worden onttrokken aan deze reserve.

Bestemmingsreserve ILG
In 2014 is vanuit het positieve rekeningresultaat een bestemmingsreserve voor de afwikkeling van de regeling Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) gevormd. Jaarlijks worden aan deze bestemmingsreserve de lasten van de afwikkeling van de ontvangen ILG-gelden gebracht.  Provinciale staten hebben op 1 februari 2019 besloten deze reserve op te heffen.

Bestemmingsreserve Westerschelde Ferry
Gelijktijdig met het besluit tot de kapitaalstorting is besloten tot het instellen en voeden van de bestemmingsreserve Westerschelde Ferry ter dekking van eventuele afwaarderingen van de kapitaalstorting. 

Bestemmingsreserves dekking kapitaallasten
Vanuit het BBV dienen investeringen in economische vaste activa en investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut geactiveerd te worden en dient de afschrijvingslast jaarlijks in de exploitatierekening geboekt te worden. Het provinciaal beleid is erop gericht zo weinig mogelijk structureel beslag op middelen te leggen. Om deze afschrijvingslasten direct te dekken op het moment van besluit tot investering, is in het jaar van besluit een dekkingsreserve gevormd van gelijke omvang als het investeringskrediet. Op deze manier wordt de budgettaire ruimte in de toekomst niet belast. Er zijn dekkingsreserves gevormd voor onderstaande investeringen.

Bestemmingsreserve verbouwing Zeeuws Museum
De verbouwing van het Zeeuws Museum is in 2007 afgerond. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van  deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve Gistpoortgebouw
De verbouwing van het Gistpoortgebouw is in 2009 afgerond. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve verbouwing pand Schuytvlot
De verbouwing van het pand Schuytvlot is in 2010 afgerond. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve wegsteunpunt Mauritsfort
Vanuit de wegenoverdracht is in 2008 deze Bestemmingsreserve gevormd. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve Fast Ferry aanlandingsvoorzieningen
In verband met de opheffing van de reserve Westerschelde Oeververbinding (WOV) is voor de investering van de Fast Ferry aanlandingsvoorziening een Bestemmingsreserve gevormd uit de WOV-reserve (4e begrotingswijziging 2009). De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve Fast Ferry gebouwen en terreinen
In verband met de opheffing van de reserve Westerschelde Oeververbinding is voor de investering van de Fast Ferry gebouwen en terreinen een Bestemmingsreserve gevormd uit de WOV-reserve (4e begrotingswijziging 2009). De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve wegsteunpunt ’s-Heer Arendskerke
In verband met de investering van een nieuw te bouwen wegsteunpunt 's-Heer Arendskerke/Eindewege is een bestemmingsreserve gevormd. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve afschrijving verbouwing gebouw G
In verband met de investering in de verbouwing van gebouw G is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve afschrijving N286 landbouwroute
In verband met de investering in de N286 landbouwroute is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Bestemmingsreserve modernisering nautische centrale Vlissingen
In verband met de investering in de nautische centrale Vlissingen is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Dekkingsreserve infrastructuur
In verband met investeringen in de infrastructuur is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Dekkingsreserve It-Infrastructuur
In verband met investeringen in de IT-infrastructuur is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Dekkingsreserve wegeninvesteringen
In verband met investeringen in de wegen is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Dekkingsreserve N652 recreatieverdeelweg schakel
In verband met investeringen in de weg N652 recreatieverdeelweg is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve.

Dekkingsreserve gladheidsbestrijdingsmaterieel
In verband met investeringen in de aanschaf van gladheidsbestrijdingsmaterieel is een dekkingsreserve gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste gebracht van deze dekkingsreserve. 

Voorzieningen

Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de Provincie. Om die reden kennen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand. ‘Voorzieningen worden in principe gewaardeerd op de contante waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen Thermphos, Frictiekosten RUD en Waterbeheer zijn gewaardeerd op het nominale bedrag. De uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de bepaling van de voorziening zijn toegelicht in de toelichting op de balanspost.

Voorzieningen worden gevormd wegens:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.  Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan, met uitzondering van voorzieningen die gewaardeerd zijn tegen netto contante waarde.

Onderstaand volgt een verloop overzicht van de voorzieningen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde per 1 januari 2019 Vrij- gevallen bedragen Toevoeg- ingen Aanwen- dingen Boekwaarde per 31 december 2019
Voorziening wachtgelden PSD 3.627 237 73 947 2.516
Voorziening non-activiteteitsregeling 4.884 603 74 2.687 1.668
Voorziening waardeoverdracht pensioen politieke ambtsdragers 1.522 - 771 - 2.293
Voorziening Thermphos 22.445 - - 15.500 6.945
Voorziening frictiekosten RUD - - 2.789 1.118 1.671
Totaal voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 32.478 840 3.707 20.252 15.093
Voorziening waterbeheer 947 - 176 185 938
Totaal voorzieningen middelen derden met een specifiek bestedingsdoel 947 - 176 185 938

Voorziening conform artikel 44 lid 1a BBV:
Op balans bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

Er worden geen voorzieningen gevormd voor risico’s of eventuele verplichtingen die zodanig onzeker zijn dat niet redelijkerwijs is in te schatten hoeveel deze zullen bedragen per balansdatum. Bij de grote projecten is hier sprake van. Zo kunnen verplichtingen op grond van gesloten overeenkomsten met externe partners leiden tot onvoorziene kosten naarmate de uitvoering van een project vordert en als gevolg van gewijzigde inzichten en omstandigheden. Dergelijke onzekerheden maken onderdeel uit van de risicobeheersing op projectniveau. Deze risico’s worden periodiek ingeschat en verwerkt in het risicomanagementsysteem. Er wordt bij de kwartaalrapportages over de grote projecten ook op gerapporteerd aan u en zo nodig vertrouwelijk toegelicht. Uit deze rapportages blijkt dat de posten onvoorzien binnen de projectramingen voldoende zijn om eventuele financiële gevolgen voor de provincie op te vangen.

Voorziening wachtgelden PSD
Jaarlijks wordt de voorziening wachtgelden ex-PSD-ers doorgerekend. Uitgangspunten hierbij zijn de sterfte-index, indexeringen, rekenrente en de verwachte neveninkomsten. Uiteraard blijven de rechten steeds gebaseerd op de opheffingsdatum PSD van 18 maart 2003.

Voorziening Non-activiteitsregeling
Er is besloten om in het kader van de organisatieontwikkeling een Non-activiteitsregeling 2013 (NAR) in te stellen voor werknemers die op 1 januari 2013 ouder zijn dan 57 jaar. Voor de kosten van niet actief personeel in de komende jaren is een voorziening gevormd.

De hoogte van deze voorziening is bepaald door uit te gaan van de basisgegevens van alle deelnemers en deze te waarderen tegen de netto contante waarde inclusief de fiscale consequenties van de regeling. De salarisbetalingen worden jaarlijks onttrokken aan de voorziening en om de voorziening op peil te houden wordt er jaarlijks rente toegevoegd aan de voorziening met dezelfde uitgangspunten als bij de voorziening wachtgelden PSD.

Voorziening waardeoverdracht pensioen politieke ambtsdragers
Voor de wachtgeld- en pensioenverplichtingen aan oud-leden Gedeputeerde Staten en hun echtgenotes en kinderen, is in 2013 een voorziening aangelegd. Eventuele afkoopsommen van voormalige bestuurders die verschuldigd zijn bij de overdracht van de pensioenafspraken naar pensioenfondsen of andere overheden, worden ten laste van deze voorziening gebracht. 

Voorziening Thermphos

Uitgangspunten
De voorziening Thermphos is gevormd voor ons contractuele aandeel, zoals opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK), in de verwachte toekomstige uitgaven die samenhangen met de uitvoering van de sanering van het voormalig Thermphos terrein. De voorziening is nominaal gewaardeerd. Het doel van het saneringsproject is het terrein zodanig te saneren dat het zonder verdere restricties weer beschikbaar komt voor industriële doeleinden (categorie 5) zoals is opgenomen SOK die is getekend op 18 april 2018.

Het taakstellend budget van € 129,5 miljoen voor de totaal verwachte saneringskosten is ontleend aan het op 31 maart 2017 door Van Citters Beheer B.V. opgestelde en door Fakton op 19 juni 2017 gevalideerde ‘Plan van Aanpak Sanering voormalig Thermphos terrein’ en kent de volgende deelprojecten:

  • Fosfor veiligstellen
  • Reststoffen
  • Ontvlechting en sloop van installaties en gebouwen
  • Bodemssanering

Het taakstellend budget is als volgt opgebouwd:

Een Uitvoeringsbudget van € 111,7 miljoen; dit Uitvoeringsbudget is inclusief een reservering voor indexering (€ 5,2 miljoen); en een Risicoreserve van € 17,8 miljoen.

In opvolging van het advies van de commissie Samsom van augustus 2017 (“Saneren doe je samen”) hebben het Rijk, Provincie Zeeland en North Sea Ports (Financierende partijen) nadere afspraken gemaakt over de financiering en uitvoering van de sanering van het Thermphos terrein. Hiertoe hebben partijen in december 2017 een Financieringsovereenkomst gesloten waarin afspraken zijn vastgelegd over ieders financiële bijdrage in de totaal verwachte saneringskosten, welke gerelateerd is aan het taakstellende budget van € 129,5 miljoen.

In de Financieringsovereenkomst is vastgelegd dat de afspraken worden gemaakt onder het voorbehoud dat het Staatssteunrechtelijke kader de afspraken niet in de weg staat. Op basis van een grondige analyse hebben IenW, de provincie Zeeland en Zeeland Seaports geconcludeerd dat er geen aanleiding was tot het doen van een formele melding bij de Europese Commissie. Wel is door de financierende partijen, ZSBB (als 100% aandeelhouder in Van Citters Beheer B.V.) en VCB in 2018 de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend waarin de afspraken die in de Financieringsovereenkomst zijn opgenomen nader zijn uitgewerkt.

Het doel van de op 18 april 2018 door alle partijen vastgestelde SOK is om de financiering van de volledige en integrale realisatie van het Project zeker te stellen en de betrokkenheid van Partijen vast te leggen met bindende afspraken over:

  • De financiële bijdrage van de financierende partijen aan VCB ter realisatie van het project;
  • De uitvoering van de sanering van het voormalige Thermphos terrein.
  • De samenwerkingsvorm die partijen kiezen en de rollen die partijen hierbij hebben ter realisatie van het project.

In de SOK is onder meer opgenomen dat indien het budget van € 129,5 miljoen niet toereikend is voor de uitvoering van het project, de Financierende partijen aanvullend budget beschikbaar stellen, na doorlopen van de besluitvormingstrajecten via Provinciale Staten, Tweede Kamer en aandeelhoudersvergadering. Aanvullend budget wordt alleen ter beschikking gesteld als er een actueel en voldoende accuraat beeld is van de totale nog extra benodigde middelen voor de uitvoering van het project en er geen andere maatregelen mogelijk zijn het project binnen het taakstellend budget uit te voeren. De financierende partijen zijn contractueel verplicht om op dat moment elk 1/3 van deze extra benodigde middelen bij te dragen.

Voor de uitvoering van het Saneringsproject (inclusief die voor de Project- en beheersorganisatie) ontvangt VCB overeenkomstig de afspraken zoals vastgelegd in de Financiële overeenkomst en de Samenwerkingsovereenkomst financiële bijdragen van de Financierende partijen. Netto opbrengsten die uit de Saneringswerkzaamheden voortkomen worden conform de contractuele afspraken toegevoegd aan de voor het saneringsproject beschikbare middelen.

Ingevolge een uitspraak van de commissie BBV hebben wij in de jaarrekening 2016 geen voorziening getroffen voor onze bijdrage in de beheerkosten. Als gevolg van de ondertekening van de Financiële overeenkomst is in 2017 een nieuwe situatie ontstaan. Er is daardoor geen sprake meer van ‘garantstelling’ van deze beheerkosten, maar van een financiële verplichting. Wij drukken onze verplichting voor deze totale sanering in de jaarrekening 2019 uit door de in 2017 gevormde verliesvoorziening.

Provinciale Staten hebben op 26 september 2014 ingestemd met het voorstel om voor de kosten van de sanerings-BV de voorziening Thermphos in te stellen. Ultimo 2019 bedroeg deze verliesvoorziening € 6,9 miljoen. Deze stand is gebaseerd op ons contractuele aandeel in het taakstellende budget van € 129,5 miljoen en komt overeen met de jaarrekening VCB 2019.

De saneringsuitgaven betreffen de totale kosten, inclusief directievoering, projectorganisatie en het veilig beheer van terrein en installaties. Opbrengsten die met de sanering samenhangen (zoals verkoop van afval- en reststoffen) worden op de nog te realiseren saneringsuitgaven in mindering gebracht.

Schattingsonzekerheid

Als gevolg van de uniciteit en complexiteit van het saneringsproject is de financiële inschatting van de te maken kosten inherent aan een verhoogd schattingsrisico onderhevig. In paragraaf 2.2 ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag onderkennen we dit risico. Hoewel op een zorgvuldige wijze invulling aan deze risico’s is gegeven door onder andere het opnemen van een risicoreservering, valt niet uit te sluiten dat de gerealiseerde kosten significant afwijken van de geraamde kosten.

In aanvulling op de algemene schattingsonzekerheid, inherent aan de uniciteit en complexiteit van het saneringsproject, brengen wij de volgende meer specifieke onzekerheden onder uw aandacht:

Het deelproject 3 - Ontvlechting en sloop van installaties en gebouwen - behelst de sloop van circa 56 locaties. De raming van de netto-kosten (sloopkosten minus opbrengsten rest- en afvalstoffen) is gebaseerd op modelmatige aannames van de mate van vervuiling, werkmethodes voor reiniging van radioactieve bronnen, de sanering van de asbest en opbrengsten restafval. De schattingsonzekerheid hierbij betreft zowel de kosten van de sloop per locatie, de hoeveelheid aan asbest als de verwachte opbrengst uit verkoop van rest en afvalstoffen.

In de SOK is onder meer opgenomen dat jaarlijks in januari-februari een Audit wordt uitgevoerd. Dit betreft een jaarlijkse toets uitgevoerd door een onafhankelijke partij en/of deskundigenteam op de nadere uitwerkingen van de deelprojecten uit het Plan van Aanpak zoals opgesteld door VCB. Deze audit zal geactualiseerde informatie opleveren over de inschatting van de resterende kosten die voor het project benodigd zijn en is begin 2020 uitgevoerd. Deze audit heeft opgeleverd dat de voorziening van voldoende omvang is voor de inschatting voor de resterende te maken kosten en dat de risico’s ook adequaat zijn ingeschat, gegeven de huidige situatie.

Alhoewel er nog veel onzekerheden zijn in de planning, is de verwachting van VCB dat de sanering op 31-12-2020 voltooid zal zijn. Dat is een jaar eerder dan tot nu toe werd aangenomen. Wel zal na de sanering nog de nazorg volgen, waarin onder andere de financiële afhandeling zit.

Voorziening frictiekosten RUD Zeeland
Op 1 juli 2017 is het gewijzigde besluit Omgevingsrecht Z(Bor) in werking getreden. Dit besluit bepaalt dat de Brzo-taken in Zeeland moeten worden uitgevoerd door de weg aangewezen Brzo Omgevingsdiensten DCMR. In september 2018 hebben Gedeputeerde Staten besloten dat de Brzo-taken daadwerkelijk onderbrengen bij DCMR en dat het personeel van RUD Zeeland, dat belast is met deze taken, overgaat naar DCMR. DCMR zal het personeel huisvesten in Terneuzen. Voor deze overgang is een reorganisatie bij de RUD Zeeland vereist. Bij de reorganisatie treden frictiekosten op. Door een onafhankelijke derde zijn de frictiekosten in beeld gebracht. De Provincie heeft aangegeven de frictiekosten in redelijkheid te vergoeden conform de uitgangspunten voor onderhavige gevallen van de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zeeland enconform artikel 4:51 van de wet bestuursrecht. Op 4 juli 2019 heeft de RUD Zeeland verzocht deze frictiekosten te vergoeden en zijn de frictiekosten RUD toegevoegd aan deze voorziening.

Voorziening conform artikel 44.2 C BBV
Voorziening middelen derden met specifiek bestedingsdoel.

Voorziening waterbeheer
De leges voor waterheffing worden jaarlijks toegevoegd en de uitgaven in verband met de compensatie van de negatieve effecten van deze onttrekkingen die geen gelijkmatig patroon vertonen per jaar worden hieruit betaald. In de meerjarenbegroting worden de uitgaven voor de ophanden zijnde gerelateerde projecten onttrokken aan de voorziening.

Vaste schulden, met een rente typische looptijd langer dan één jaar

De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rent typische looptijd van één jaar of langer.

De onderstaande tabel geeft het verloop van de vaste schulden weer over 2019:

Bedragen x € 1.000
Vaste schulden Boekwaarde per 1 januari 2019 Boekwaarde per 31 december 2019
Waarborgsommen 5 5
Totaal vaste schulden 5 5

Vlottende passiva

Algemeen

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vlottende passiva een toelichting gegeven. De netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000.

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar

De netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De post netto-vlottende schulden worden onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde per 1 januari 2019 Boekwaarde per 31 december 2019
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet finaciering decentrale overheden 9.660 10.044
Overige kasgeldleningen 117.000 98.000
Banksaldi 5.249 -
Overige schulden 11.485 11.458
Totaal rentetypische schulden < 1 jaar 143.394 119.501

Overlopende passiva

Overlopende passiva zijn verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Tevens omvatten de overlopende passiva na de wijziging van het BBV in 2007 de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De post overlopende passiva wordt onderscheiden in:

Bedragen x € 1.000
Overlopende passiva Boekwaarde per 1 januari 2019 Boekwaarde per 31 december 2019
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 30.447 53.926
De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van:
- Europese overheidslichamen 138 138
- het Rijk 63.690 53.286
- overige Nederlandse overheidslichamen 659 493
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen - 668
Totaal overlopende passiva 94.934 107.844

De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Bedragen x € 1.000
Uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde per 1 januari 2019 Ontvangen bedragen Bestedingen 2019 Terug- betalingen Boekwaarde 31 december 2019
Europese overheidslichamen
OP Zandsuppletie Roggenplaat 138 - - - 138
het Rijk
OP Natuur Compensatie Westerschelde 448 - - - 448
OP Natuur Pakket Westerschelde 63.242 - 11.492 - 51.750
OP BRIM-subsidie Abdij 55 59 -0 - 114
OP Veilige bermen - 1.098 124 - 974
Overige Nederlandse overheidslichamen
OP Actief bodembeheer 42 - - - 42
Platform diffuse bronnen 11 - - - 11
OP Vitaal Sloe/Kanaalzone 2012-2014 123 38 9 - 152
OP N2000 beheerplan Voordelta 197 - 197 - -
OP Natuurlijk Vitaal 23 - - - 23
OP Delta Water Award 17 - 17 - -
OP Green deal biodiversiteit 5 - - - 5
OP Lobbyist Den Haag 50 81 61 - 70
OP Kanaalpolder 190 - - - 190
Totaal 64.543 1.276 11.901 - 53.917

Motorrijtuigenbelasting

In de jaarrekening is een bate opgenomen aan opcenten motorrijtuigenbelasting. Reeds meerdere malen in het verleden zijn discussies ontstaan met het ministerie van Financiën omtrent de juistheid en volledigheid van het aandeel van de provincies in de opbrengst motorrijtuigenbelasting. De belastingdienst verstrekt inzake de afgedragen gelden geen specifieke accountantsverklaring ten behoeve van de Provincies. De rechtmatigheid en volledigheid van deze opbrengst kan daarom niet worden vastgesteld.

Vennootsschapsbelasting

Er is voorgeschreven dat inzicht wordt gegeven in het verwachte bedrag aan te betalen Vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van een beoordeling van de provinciale activiteiten is geconcludeerd dat Provincie Zeeland voor al haar activiteiten geen fiscale onderneming drijft, dan wel dat er een vrijstelling kan worden toegepast. Dit betekent dat er geen activiteiten plaatsvinden die tot een bedrag voor Vpb hebben geleid. Bij eventuele wijzigingen van activiteiten in toekomstige begrotingsjaren zal worden beoordeeld of zij tot een Vpb belaste activiteit zullen leiden, deze zullen ook worden meegenomen in het (jaarlijkse) bedrijfsgesprek met de belastingdienst.