Meer
Publicatiedatum: 28-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarverslag - Inleiding

Inleiding

De vraagstukken waar we in Nederland mee geconfronteerd worden zijn groot. De grote transities rond bijvoorbeeld energie, klimaat en mobiliteit vragen inzet van alle overheden, en de rol van de provincies daarin neemt toe. Dat vraagt financiële ruimte om invulling te kunnen geven aan die rol. Het structureel herstel van de weeffout uit het provinciefonds vanaf 2021 is voor Zeeland een belangrijke voorwaarde om die rol in te kunnen vullen.

Het begin van 2019 stond in het teken van de verkiezingen van Provinciale Staten. Na de verkiezingen in maart hebben wij een nieuw akkoord geschreven, onder de titel “Samen verschil maken”. En hoewel dezelfde partijen de coalitie vormen als in de vorige periode, zijn er toch een aantal zaken wezenlijk veranderd. “Samen verschil maken”, de titel van het coalitieakkoord,  betekent immers ook samen als PS en GS, en samen als coalitie en niet-coalitiepartijen. Wij constateren dat “samen verschil maken” een motto van heel PS geworden is, zodat we ook écht samen écht verschil kunnen maken. In dat akkoord hebben we onderscheid gemaakt tussen strategische opgaven, waarin we samen met onze partners verschil maken, naast uitvoeringsprogramma’s en grote projecten. De begroting 2020 is aangepast op die indeling.  

Over onze opgaven hebben we in augustus op een bijzonder constructieve manier gezamenlijk als college en staten gesproken: hoe zien we die opgaven, welke kant moeten die op en hoe betrekken we onze partners daarbij? Hoe geven we samen vorm aan de principes van netwerksturing? Het uitgangspunt daarbij is dat “onze opgaven” de opgaven van PS en GS gezamenlijk zijn: samen vormen we immers het éne provinciebestuur van Zeeland. Die werkwijze, waarin we samen als college en staten richtingen doordenken en uitzetten, moeten we vasthouden. In open gesprekken over hoe de rollen van GS en PS elkaar kunnen versterken, gericht op maximaal resultaat voor Zeeland.

In 2020 is te verwachten dat de uitkomsten van de opgaven ook hun vertaling in uitvoeringsprogramma’s gaan krijgen, zoals bijvoorbeeld rond de regionale energiestrategie. In de voorjaarsnota wordt bezien of het wenselijk is om nieuwe opgaven te definiëren.

Duidelijk is dat de uitbraak van het Corona-virus eind februari 2020 een enorme impact op 2020 zal hebben. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. De situatie is onwerkelijk: het dagelijks leven in Zeeland is totaal ontregeld. Door mensen die ziek worden, door thuiswerken, sluiting van scholen, horeca en sportclubs. Doordat activiteiten en werkzaamheden niet, of later tot uitvoering komen, zal dat naar verwachting leiden tot onderuitputting of overheveling van budgetten naar de begroting 2021. De gevolgen van het Corona-virus zijn echter op dit moment nog niet te duiden. 

Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen.

De omgevingsvisie zal een belangrijk overkoepelend kader worden, dat richting geeft aan de uitvoeringsprogramma’s. In die programma’s wordt verder gewerkt aan de koers die de afgelopen jaren is ingezet, zoals versterken van de economische structuur, werken aan de leefbaarheid en bereikbaarheid, en zorgen voor een goede en veilige woonomgeving.

Op de grote projecten is belangrijke voortgang geboekt. De N62 is in 2019 opgeleverd tegen lagere kosten dan voorzien. De sanering van het Thermphos terrein loopt op schema. De Stationsbrug is ontdaan van Chroom VI en in april 2020 teruggeplaatst. In het verslagjaar waren er rond de Marinierskazerne in die zin zorgen, dat er, ondanks herhaald aandringen op nieuwe planningen, geen duidelijk antwoord vanuit het kabinet kwam. In de eerste weken van 2020 is bekend geworden dat de achtergrond daarvan was dat feitelijk al gekozen was voor een andere locatie. Dit project krijgt (indien de voorgenomen besluiten worden omgezet in definitieve besluiten) derhalve in 2020 een ander vervolg dan was beoogd.

Vanuit de investeringsagenda zijn voor 2019 middelen toegekend voor onder andere Campus Zeeland, Innovatiefinanciering en wegeninvesteringen. Mede in combinatie met middelen uit de Regiodeal hebben deze geleid tot duurzame investeringen in Zeeland.

De jaarrekening laat een saldo zien van bijna € 9,7 miljoen positief. In de jaarrekening geven we  een verklaring voor en toelichting op het saldo. Voor de bestemming van het saldo stellen wij voor om bijna € 5,1 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve en € 4,6 miljoen toe te voegen aan bestemmingsreserves.

De financiële ruimte in de meerjarenbegroting is relatief beperkt. Een structureel herstel van de weeffout in de provinciefondsuitkering is noodzakelijk om ruimte te kunnen bieden aan de noodzakelijke investeringen in Zeeland. Onze reservepositie is op orde en bestand om risico’s te kunnen opvangen. Desondanks blijven we kwetsbaar voor mogelijke grote nieuwe vraagstukken die op Zeeland afkomen en substantiële inzet van middelen vragen. Samenwerking met andere overheden en partijen blijft daarom noodzakelijk om samen verschil te blijven maken.

Het college van Gedeputeerde Staten