Meer
Publicatiedatum: 04-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

1.2 Strategische opgaven

Inleiding

Vijf grote opgaven, die brede interne en externe erkenning hebben, vormen de strategische agenda voor de komende vier jaar. Dat zijn de aanpassing van Zeeland aan het veranderende klimaat, de energietransitie, de omslag in mobiliteit naar slimme mobiliteit, het imago van Zeeland – mede vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt – en de ruimtelijke kwaliteit van Zeeland. Deze opgaven vormen de strategische agenda waar wij ons extra voor willen inzetten, en waar we de samenwerking zoeken met iedereen die zich daar samen met ons voor in wil zetten. De manier waarop we dat doen – netwerksturing – is beschreven in de notitie “veranderende werkwijzen”, die Provinciale Staten in april 2019 hebben vastgesteld. 

In de begroting 2017 hebben wij een begin gemaakt met opgavegericht werken door een vijftal maatschappelijke opgaven te benoemen en in de begroting 2019 is dit uitgebreid tot het werken aan 11 opgaven, die de volledige breedte van de provinciale ambities dekken. Vanuit het coalitieakkoord Samen Verschil Maken en vanuit de notitie “veranderende werkwijzen” is gekozen voor een select aantal strategische opgaven.

De vijf strategische opgaven verkeren in verschillende mate van ontwikkeling. Waar voor de energietransitie een concept regionale energiestrategie gezamenlijk door partijen is opgesteld, staat de strategische opgave slimme mobiliteit nog aan het begin van het proces. Dat betekent dat nog niet op alle opgaven duidelijk is wat we precies gaan doen. Natuurlijk zijn er beelden over de koers en accenten, zoals ook in het coalitieakkoord ‘Samen Verschil Maken’ uiteen gezet. De essentie van samenwerken is namelijk dat we op zoek gaan naar overeenstemming met de relevante partners, die ook hun eigen agenda’s en belangen hebben. Samen verschil maken lukt alleen als er consensus bestaat over hetgeen we met elkaar willen bereiken.

Uitgangspunt voor de strategische opgaven is dat de nadruk ligt op het samen verder brengen van de opgaven samen met de relevante partners en in samenwerking van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Hiervoor bestaan de opgaven uit kleine teams met een klein budget ten behoeve van het proces en uitwerking van de vraagstukken. Zeker is dat uit deze opgaven ook concrete uitvoering zal komen. Daarvoor kunnen voorstellen worden gedaan voor dekking uit de investeringsagenda, waarna de uitvoering binnen de uitvoeringsprogramma’s wordt opgepakt.

Hierna wordt per strategische opgave een omschrijving, de ambitie, de inzet en het proces omschreven. Via de zomernota doen we een voorstel om de strategische opgaven van procesmiddelen te voorzien.

Energietransitie

Omschrijving

Het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt door de uitstoot van broeikasgassen. Fossiele grondstoffen worden schaars. Daarom is wereldwijd, in Europees én nationaal verband afgesproken om de CO2-uitstoot te beperken. Hier is een transitie in onze energievoorziening voor nodig. De Provincie Zeeland wil hier haar verantwoordelijkheid in nemen en het Zeeuwse deel van deze wereldwijde opgave realiseren.

Ambitie

Het beoogde doel (maatschappelijke effect) is om met elektriciteitsproductie, mobiliteit, verwarming en industrie 49% minder CO2 uit te stoten in 2030. De uiteindelijke stip op de horizon is 95% CO2-reductie in 2050. Verschillende partijen in Zeeland hebben de ambitie uitgesproken dit proces samen te gaan vormgeven en uitvoeren.

Inzet

De Regionale energiestrategie (RES) is de Zeeuwse vertaling van het mondiale en landelijk klimaatakkoord en vormt de koepel van de Zeeuwse energieaanpak: Parijs op z’n Zeeuws. Binnen het samenwerkingsplatform Zeeuws Energieakkoord werken meer dan honderd partijen samen aan het opstellen en uitvoeren van de RES voor de regio Zeeland. De Provincie is één van de initiatiefnemers en betalende partners. Provinciale rol in dit samenwerkingsproces is voornamelijk regisseur, aanjager en linking pin naar landelijk klimaatbeleid. Onder de RES worden de energiestrategieën opgesteld voor elektriciteitsproductie, duurzame mobiliteit en aardgasloze verwarming.

Onder de RES wordt voor de verwarming van de gebouwde omgeving een apart spoor uitgewerkt via de zogenaamde regionale structuurvisie warmte. We ondersteunen gemeenten bij het maken van en warmtetransitieplannen per dorp/wijk.

Voor de energietransitie in de industrie is het samenwerkingsplatform Smart Delta Resources (SDR) opgericht. De Provincie is één van de deelnemende partijen. Analoog aan de RES maken we een roadmap voor een energie-neutrale industrie in 2050, werken we deze uit en helpen we de industrie met realiseren.

Proces

Energietransitie is een vraagstuk dat via netwerksturing wordt aangepakt. In het Zeeuws Energieakkoord werken meer dan honderd partijen samen aan de energietransitie in de RES. Dit netwerk kent een bestuurlijk en een ambtelijk kernteam, waarin de provincie, Zeeuwse gemeenten, waterschap, netbeheerder DNWG en ontwikkelingsmaatschappij Impuls vertegenwoordigd zijn. Zij sturen de dagelijkse gang van zaken aan, en besluiten over het proces. De gedeputeerde voor energie is voorzitter van de RES. De inhoud wordt vanuit de verschillende sectoren bepaald door alle relevante Zeeuwse partijen zoals bedrijven, maatschappelijke organisaties, burgercoöperaties en onderwijsinstellingen. Planning is dat eind 2019 een RES 1.0 gereed is, die vervolgens door alle Zeeuwse overheden wordt vastgesteld. Vervolgens zal uitvoering kunnen starten, vindt concretisering van de strategie plaats via de regionale structuurvisie warmte, maar vindt ook direct een doorontwikkeling plaats richting een RES 2.0.

Smart Delta Resources (SDR) is een industrieplatform waarvan de 11 grootste industriële bedrijven van Zeeland (incl. de Gentse Kanaalzone en Bergen op Zoom) lid zijn. Ook de provincie Zeeland is lid en zit in de board waar besluitvorming plaatsvindt. Ondersteuning en projectleider worden geleverd door ontwikkelingsmaatschappij Impuls.

Klimaatadaptatie

Omschrijving

In 2014 is het nationale Deltaprogramma gepresenteerd, een visie van de gezamenlijke overheden in Nederland op de vraag hoe Nederland zich beschermt tegen klimaatverandering. Het Deltaprogramma is een visie voor 2050, met een doorkijk naar 2100.

Het voorkeursscenario voor de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie stelt de ruimtelijke inrichting van Nederland centraal. In 2050 moet de ruimte in ons land, en dus ook Zeeland, zodanig zijn ingericht dat we voorbereid zijn op extreme regenval, langdurige droogte, een grotere kans op hittegolven en een toename van het overstromingsrisico. Zeeland dient dan voorbereid te zijn, zodat extreem weer niet tot grote schade en maatschappelijke ontwrichting leidt. Om dat doel te halen dient er in 2020 een adaptatiestrategie te zijn geformuleerd en geborgd, die vervolgens via concrete maatregelen wordt uitgevoerd.

De klimaat adaptatiestrategie kent een sterke relatie met het Zeeuwse Deltaplan Zoetwater. Het Zeeuwse Deltaplan Zoetwater, wat begin 2020 gereed moet zijn, kent een versnelde doorlooptijd en zal als bouwsteen voor de opgave Klimaatadaptatie dienen. De Herijking van het Deltaprogramma kent het schaalniveau van heel Nederland en het gebied Zuidwestelijke Delta. Dit proces volgt een eigen planning en doorlooptijd.

De strategische opgave “Klimaatadaptatie” richt zich dus op het opstellen van een Regionale Klimaatadaptatiestrategie en het opstellen van een Zeeuws Deltaplan Zoetwater.

Ambitie

Klimaatadaptatie is een opgave van iedereen in Zeeland. Zeeland, met haar ligging in de Zuidwestelijke Delta, is een regio waar alles samen komt: zeespiegelstijging, wateroverlast, hitte en droogte. Met als gevolg toenemende verzilting en het zoeken naar evenwicht tussen water vasthouden en water afvoeren. Dit raakt veel sectoren, aanpassen aan veranderende klimaatomstandigheden doe je daarom niet alleen. Dit vertaalt zich in de ambitie om eind 2020 een gezamenlijke Zeeuwse Klimaatadaptatiestrategie te hebben en een Zeeuws Deltaplan Zoetwater op te stellen begin 2020. Hierbij hoort ook een uitvoeringsprogramma, waarin concrete maatregelen worden voorgesteld.

Inzet

De opgave Klimaatadaptatie komt voort uit bovengenoemde Deltaprogramma. Hier wordt via een aantal stappen naar een Klimaatadaptatie Strategie Zeeland  (KaSZ) toegewerkt. Alle Zeeuwse overheden hebben in 2019 een klimaatstresstest uitgevoerd. Hieruit moet een beeld ontstaan van de effecten van klimaatverandering op de eigen organisatie en het totale grondgebied Zeeland. Aansluitend is eind 2019 begonnen met het voeren van de Risicodialoog. De dialoog zet in op twee punten: enerzijds het vergroten van bewustwording in de samenleving en anderzijds de basis leggen voor de strategie en uitvoeringsagenda. De risicodialoog biedt inzicht in welke kwetsbaarheden acceptabel zijn en welke om actie vragen. Concreet gaat het hier om het verschil tussen risico’s die Zeeland wil vermijden (grote schade, kans dat er slachtoffers vallen, maatschappelijke ontwrichting) en risico’s die ‘hinderlijk’ zijn (tijdelijke hinder, geen slachtoffers, geen schade).

Klimaatadaptatiestrategie

In 2020 gaat de aandacht vervolgens met name uit naar het opstellen van de Strategie en uitvoeringsprogramma: De kennis van de klimaatstresstesten en de opbrengst uit de risicodialoog wordt samengebracht in een KaSZ. Hierin wordt tevens de opgedane kennis uit al uitgevoerde projecten meegenomen. De strategie bestaat uit drie onderdelen: (1) de Zeeuwse strategie, (2) de lokale strategie en (3) aanbevelingen voor nader onderzoek of toekomstige vervolgacties. Deze zullen door vertaald worden in de omgevingsvisie, omgevingsverordening en een uitvoeringsprogramma.

Er zijn een tweetal onderwerpen waar specifieke aandacht naar uitgaat omdat de Provincie daarin een bepalende rol vervult. Het eerste is het programma Regionale Keringen. In 2020 wordt het stelsel van regionale keringen vastgesteld en van een norm voorzien. Dit maakt onderdeel uit van het onderdeel overstromingen in de adaptatiestrategie. Het tweede is Zoetwater.

Deltaplan Zoetwater

Met betrekking tot het deltaplan zoetwater is in de afgelopen jaren de proeftuin zoetwater gestart. Hierin wordt op diverse locaties in Zeeland, samen met ondernemers, waterbeheerders, gemeenten en onderzoeksinstellingen via praktijkonderzoek in pilots kennis opgedaan om waterbeschikbaarheid te vergroten. In het Deltaplan Zoetwater wordt de opgedane kennis samengebracht en ruimtelijk vertaald naar geschiktheid in Zeeland. Dit vertaalt zich in een kansenkaart. In 2020 wordt op basis daarvan onderzocht naar samenwerkingsverbanden om de kennis verder in praktijk te brengen. Tevens wordt een vergelijking gemaakt tussen de metingen van het zoet-zout grensvlak in de ondergrond uit 2017 en de huidige situatie.

Herijking deltaprogramma

Tussen bovengenoemde stappen zijn sterke dwarsverbanden. De opgave “klimaatadaptatie” is, zoals gezegd, onderdeel van een grotere maatschappelijke opgave. Tegelijkertijd vindt de herijking van het Deltaprogramma plaats. De herijking is een landelijk traject, waarbij voor Zeeland met name de gevolgen van zeespiegelstijging en zoet water beschikbaarheid belangrijke thema’s zijn.

Relatie uitvoeringsprogramma

Gedurende het proces om te komen tot een klimaatadaptatiestrategie en een deltaplan zoetwater is er beperkte uitvoering. Ingezet wordt op maatregelen die altijd goed zijn en bij voorkeur meerdere opgaven dienen. Er lopen subsidies voor groene daken en groene schoolpleinen. De proeftuin zoetwater wordt voortgezet en mogelijk uitgebreid binnen de aanpak van het deltaplan Zoetwater. Daarnaast zijn er relaties met de uitvoering van de Zuidwestelijke delta en het regulier waterbeheer, beiden belegd in het programma Fysieke leefomgeving.

Proces

Klimaatadaptatie is een vraagstuk dat via netwerksturing wordt aangepakt. In de Zeeuwse Waterochtend zitten alle overheden in Zeeland die betrokken zijn bij water in het algemeen, en klimaatadaptatie in het bijzonder. Hier vindt afstemming en besluitvorming plaats over het proces. Elke partij heeft daarnaast haar eigen bestuurlijke besluitvorming. Elk klimaatthema kent een eigen bestuurlijke trekker. Samen vormen ze het bestuurlijk kernteam.

Nadat in 2019 de stresstesten zijn uitgevoerd, is de volgende stap in het proces van kimaatadaptatie om dit in de risicodialoog te vertalen. Deze stap wordt begin 2020 afgerond. In 2020 worden stresstesten en dialoog opbrengsten omgezet in een strategie en uitvoeringsprogramma.

Voor het thema zoetwater vindt een korter proces plaats. Uitgangspunt is het beleid uit het omgevingsplan: zelfvoorziening, met beperkte mogelijkheden voor externe aanvoer. Inzet is het vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid. Het najaar van 2019 is gebruikt om een start te maken om samen met de belangrijkste stakeholders de behoefte en wensen in kaart te brengen. De kennis en onderzoeksvragen worden begin 2020 omgezet in een kansenkaart waterbeschikbaarheid. Samen met alle betrokkenen wordt op basis daarvan de opgedane kennis actief verder gebracht in gebieden waar dat kansrijk is.

Ruimtelijke kwaliteit

Omschrijving

Legostenen*:

  • Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 inclusief Milieu Effect Rapportage (MER) en Zeeuwse Omgevingsverordening 2021
  • Bouwstenen die worden ontwikkeld vanuit lopende pilots zoals de Veerse Meer visie, de woonvisie, de Regionale energiestrategie en de klimaatadaptatie strategie
  • Inbrengen Zeeuwse standpunten bij de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Inzet op het NOVI -gebied Kanaalzone en wellicht de kustvisie
  • BO MIRT en de opvolger daarvan, het BO voor de Omgevingsagenda Zeeland/Zuid-Holland.

*gebaseerd op de tabel muv de strategische visie wonen, die zit bij fysieke leefomgeving

Ambitie

Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Deze strategische opgave richt zich op het middels bouwstenen opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 en de bijbehorende Omgevingsverordening 2021 en deze te verbinden met de NOVI Omgevingsagenda landsdeel Zeeland/Zuid-Holland. 

Daarmee heeft deze strategische opgave een dubbel doel namelijk:

  • Uiterlijk op 1 januari 2021 een breed gedragen voor alle partijen bruikbare Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, de bijbehorende Omgevingsverordening 2021 en Milieueffectrapportage vaststellen en in werking laten treden. Daarbij is het de uitdaging om het proces zo in te richten dat in gezamenlijkheid met alle partijen Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 wordt opgesteld. De werkvorm die door Provinciale Staten is vastgesteld is het opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 met behulp van bouwstenen. Deze bouwstenen krijgen door co-creatie samen met onze netwerkpartners vorm. Voor bouwstenen waar zich geen externe netwerkpartners hebben aangemeld als opstellers zal de Provincie het initiatief nemen de bouwsteen samen met het netwerk op te stellen.
  • Inbrengen van de Zeeuwse standpunten bij de Nationale Omgevingsvisie die van 20 augustus tot en met 30 september ter inzage ligt. Aandachtspunt hierbij is in ieder geval het aanmelden van de Kanaalzone en wellicht ook de kustzone als NOVI gebied.
  • Inbreng van gezamenlijke opgaven voor rijk en Regio in de NOVI Omgevingsagenda landsdeel Zeeland /Zuid-Holland.

Inzet

De Zeeuwse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn in het stadium van opstellen. De werkwijze is bepaald, nu zal de inhoud moeten worden gevormd. Dat gebeurt met behulp van vier gebiedstafels te weten landelijk gebied, stedelijk gebied, kust- en Deltawateren en Havens en industriegebieden. Het doel is dat zowel de al lopende visie trajecten als de nu nog te ontwikkelen bouwstenen voor maart 2020 worden uitgewerkt door de stakeholders die zich hebben opgegeven als opstellers van de bouwstenen. Ze gaan dit doen samen met de stakeholders die zich hebben opgegeven als meedenkers. De ambtelijke en bestuurlijke integratie van deze gebiedstafels vindt plaats via de integratiegroep die in november/december voor het eerst bij elkaar zal komen. Aan de vier gebiedstafels zijn in totaal 39 onderwerpen meegegeven die bij de betreffende tafel horen en daar ook als bouwsteen zullen worden uitgewerkt. De bouwstenen regionale energiestrategie en klimaat adaptatiestrategie zullen in de processen die hiervoor lopen worden uitgewerkt en direct aan de integratietafel worden aangeboden.

Parallel aan het traject van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 wordt de Omgevingsverordening 2021 opgesteld. In de Omgevingsverordening 2021 worden de provinciale belangen uit de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 juridisch geborgd. De huidige verordening is geanalyseerd en de nieuwe hoofdstructuur inmiddels gekozen. Momenteel wordt de omgevingsverordening Omgevingswet-proof gemaakt. Het is de bedoeling dat de ontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, samen met de ontwerp Omgevingsverordening 2021 en de ontwerp MER in maart 2020 ter inzage worden gelegd en eind 2020 definitief worden vastgesteld. De Omgevingsvisie en -verordening dienen uiterlijk op 1 januari 2021 in werking te treden.

Met het Rijk en met de Provincie Zuid Holland wordt een Omgevingsagenda opgesteld in het kader van de NOVI. Daarin worden afspraken gemaakt over de integrale gebiedsagenda voor Rijk en regio. Onderdeel hiervan is de bestaande MIRT gebiedsagenda en het benoemen van de Kanaalzone en mogelijk ook de kustzone NOVI-gebied.

Proces

Na de vaststelling van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 inclusief de Omgevingsverordening 2021 en de MER volgt vrijwel gelijk een volgende fase van het proces. Er is immers gekozen voor een flexibel traject waarbij de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 een dynamisch document is waar op 1 januari 2021 al een aantal bouwstenen in zijn opgenomen maar waar na 1 januari 2021 nog nieuwe bouwstenen aan zullen worden toegevoegd. Dat betekent een flexibel traject waarbij gelijk na de vaststelling van de Zeeuwse Omgevingsvisie/verordening gestart gaat worden met de volgende tranche. Nu is al bekend dat de Veerse Meer visie waarschijnlijk in de volgende tranche zal worden opgenomen.

De uitvoering van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 zal zitten in de uitwerking van de strategische lange termijn perspectieven uit de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 in programma’s en projecten. Deze programma’s en projecten zullen vorm krijgen tijdens het proces om te komen tot een Zeeuwse Omgevingsvisie 2021. Daar waar zaken juridisch geborgd moeten worden, zal dat via de Omgevingsverordening gebeuren.

Netwerkpartners en wat zij hierin betekenen

De netwerkpartners van de Zeeuwse Omgevingsvisie bestrijken alle partijen die zich in Zeeland bezig houden met de fysieke leefomgeving. De partijen in het netwerk die betrokken zijn bij het opstellen van de bouwstenen van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 zijn:

  • Overheden en semi-overheden: Rijk, Rijkswaterstaat, Waterschap Scheldestromen, Gemeenten, RUD, GGD, VRZ, Impuls;
  • Maatschappelijke organisaties: ZMF, landschapsbeheerorganisaties, diverse stichtingen zoals cultureel erfgoed;
  • Bedrijfsleven: North Sea Ports, BZW, detailhandel Nederland, Vecabo, TOZ, Hiswa;
  • Onderwijs en wetenschap: UCR, HZ, Scalda

Aan de partijen betrokken bij het netwerk is gevraagd om samen met ons de bouwstenen voor de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 op te stellen of om mee te denken met de opstellers van de bouwstenen. Voor het opstellen en meedenken hebben in totaal 103 deelnemers zich aangemeld. Daar waar er geen opstellers zijn gevonden zal vanuit de provinciale organisatie het initiatief worden genomen om de betreffende bouwsteen uit te werken. Dat geldt voor de bouwstenen: leefbaarheid, bevolkingsontwikkeling, onderwijs, voorzieningen, woonomgeving en stedelijk groen, visserij, arbeidsmarkt en economie, milieu en geluid. Voor alle bouwstenen hebben zich meedenkers aangemeld.

Alle bouwstenen worden vervolgens besproken in de gebiedstafels en geïntegreerd in de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep. Onze netwerkpartners zijn daarbij aangesloten. Naast de samenwerking in de gebiedstafels en integratiegroep wordt met de andere overheden samengewerkt in de werkgroep Omgevingsvisie van het Samenwerkingsplatform Omgevingswet Zeeland (SPOZ). Het traject voor de Omgevingsverordening loopt parallel aan de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021. Het SPOZ zal gebruikt worden om de concepten/ontwerp van de Omgevingsverordening 2021 met de andere overheden te bespreken. Tegelijk met de visie zal het ontwerp van de verordening en de ontwerp MER ter inzage gelegd worden.

Slimme mobiliteit

Omschrijving

Om mee te doen in de maatschappij moet je je kunnen verplaatsen: naar het werk, naar school, naar de winkel. Goede bereikbaarheid is daarom cruciaal voor de leefbaarheid en vitaliteit van Zeeland. Veel mensen kunnen zelf in hun mobiliteit voorzien, en voor de lange afstand is de trein een prettig alternatief voor de eigen auto. Maar de afgelopen jaren neemt het gebruik van het openbaar busvervoer, met vaste routes en vaste tijden, steeds verder af: het aantal jongeren neemt af, het gebruik van de e-bike neemt toe en ouderen blijven langer autorijden. Tegelijkertijd blijft het hebben van mobiliteitskeuzes naast de eigen auto belangrijk als alternatief en om ook diegenen zonder rijbewijs mobiliteit te bieden. Het mobiliteitssysteem zoals het nu werkt pas door de ontwikkelingen steeds minder bij de huidige tijd. Er zijn veranderingen nodig. Die veranderingen betreffen zowel de manier waarop mobiliteit wordt aangeboden, als de infrastructuur die daarvoor nodig is.

Ambitie

Het komen tot een toekomstgericht mobiliteitssysteem, dat slimmer, sneller en schoner is en inspeelt op de technologische ontwikkelingen. Randvoorwaarden daarbij zijn betaalbaarheid, zekerheid, keuzevrijheid en toegankelijkheid.  

Inzet

De uitdaging voor de komende jaren is de stap te maken naar slimme mobiliteit. Hierbij stemmen we het aanbod af op de vraag naar betaalbare mobiliteit. Dat doen we door een samenspel van innovatieve technologische systemen en klassieke vervoersvormen (bus, trein, boot). De technologische ontwikkelingen bieden nieuwe mobiliteit én kansen voor het gemak waarmee tussen modaliteiten kan worden gewisseld, maar ook digitale voorzieningen waardoor reizen niet langer nodig is. Inclusief systemen voor betalen en reserveren die meer flexibiliteit bieden. Dromen over de toekomst en ontwikkelingen vanuit een op te stellen mobiliteitsstrategie in gang zetten gaan daarbij hand in hand. Zeeland wordt daarbij één van de proeftuinen Smart Mobility in Nederland, waarbij in wisselwerking met proeven en pilots in andere regio’s inzet wordt gepleegd.

De trein is belangrijk voor de verbindingen binnen Zeeland, maar ook voor de relatie met de Randstad en Noord-Brabant. Die functie willen we versterken. In overleg met regionale partijen en met NS, Prorail en ministerie van I&W is het noodzakelijk zowel de opties binnen de periode van de huidige NS-concessie als voor de periode vanaf 2025 te bespreken en te bezien in de totale toekomstige ontwikkeling.  

Het busvervoer binnen Zeeland en van en naar omliggende regio’s is vooral belangrijk voor mensen die geen alternatief hebben. Fiets, e-bike, (deel)auto en carpoolapps kunnen voor een steeds groter deel voorzien in de mobiliteit binnen Zeeland. Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de nadelen van auto en fiets minder groot worden: elektrische voertuigen leveren geen uitstoot meer op en de e-bike vergroot de actieradius van de fietser aanzienlijk. In het kader van het klimaatakkoord en de regionale energiestrategie zal de mobiliteitsaanpak regionaal verder worden vormgegeven, waarbij de inzet op steeds schonere mobiliteit uitgangspunt is.

De technologische ontwikkelingen hebben ook betekenis voor de infrastructuur. Doordat nieuwe (data)infrastructuur nodig is om de ontwikkelingen te ondersteunen én doordat de vraagstukken voor de inrichting van je fiets- en weginfrastructuur veranderen.

Initiatieven uit de markt, zoals het delen van (bij voorkeur elektrische) voertuigen, creëren aanvullende mogelijkheden. Maar niet iedereen heeft een auto of kan fietsen. De groep die afhankelijk is van de bus wordt steeds kleiner, maar ook hen willen we een – voor henzelf en voor ons – betaalbare voorziening bieden. Scholieren en studenten zijn een belangrijke doelgroep. Vandaar dat vanuit de regio-deal een gezamenlijke inzet van Rijk en Provincie wordt gepleegd om slimme en snelle verbindingen voor de mobiliteit van scholieren en scholieren te onderzoeken en uit te proberen.

Proces

De transities in het mobiliteitssysteem zijn vooralsnog vanuit verschillende invalshoeken aangevlogen; vanuit het huidige OV-systeem (Ontwikkelagenda van OV naar Slimme Mobiliteit), vanuit de energietransitie en vanuit de kansen van nieuwe technologieën. Betrokken partners hierin zijn veelal dezelfde partijen: overheden (gemeenten, waterschap, Rijk, Prorail), organisaties zoals scholen en zorginstellingen, vervoersbedrijven (Connexxion, WMO-vervoerders, NS), bedrijfsleven en reizigersorganisaties.

Eerste stap in de strategische opgave is om de gezamenlijke urgentie en het gezamenlijke belang van partijen met elkaar te bespreken, waarin een belangrijk moment de slimme mobiliteit conferentie wordt.

Voor de Provincie als opdrachtgevers is een belangrijk aandachtspunt dat in 2024 onze eigen busconcessie afloopt. De voorbereiding op de aanbesteding van een nieuwe concessie (in welke vorm dan ook) zal begin 2021 moeten kunnen starten.

Zichtbaar Zeeland

Omschrijving

Zeeland heeft een sterk imago als toeristische bestemming, maar er wordt anders naar Zeeland gekeken als het gaat om leven en werken. Uit onderzoek blijkt dat mensen buiten Zeeland het idee hebben dat hier geen banen zijn en geven ze aan Zeeland niet aantrekkelijk te vinden als vestigingsplaats. Voor Zeeland is dit een majeur probleem omdat voor diverse vraagstukken mensen van buiten Zeeland nodig zijn. Er zijn bijvoorbeeld tekorten op de arbeidsmarkt en door vergrijzing en ontgroening komt een bepaald voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid onder druk te staan. Het is dus noodzakelijk om het imago van Zeeland te versterken zodat meer mensen gaan overwegen om in Zeeland te gaan wonen, studeren en/of werken.  

Ambitie

Het gemeenschappelijke doel is een ‘Sterk profiel van & imago voor Zeeland’ neerzetten als regio waar het goed leven en werken is. Er is een gezonde bevolkingsopbouw, een sterke economie en voldoende arbeidspotentieel en studenten. Die gemeenschappelijke doelstelling is alleen haalbaar als er intensief wordt samen gewerkt en er voldoende uitvoeringskracht is. De ambitie is om de vereiste samenwerking en uitvoeringskracht snel van de grond te krijgen. Verschillende partijen in Zeeland hebben hun krachten gebundeld om dit proces samen te gaan vormgeven en uitvoeren (in ‘Zeeland Partners’ dat in verbinding staat met de Economic Board Zeeland).

Inzet

Zorgen voor een sterker imago is een brede opgave met een oneindig karakter. Ook kunnen de indirecte doelstellingen wisselen. Doel voor de komende jaren is het aantrekken van nieuwe vestigers, om te wonen, werken en studeren. Het behouden van werkgevers voor Zeeland, door te faciliteren dat de personeelsbehoefte adequaat kan worden ingevuld, en het versterken van het voorzieningenniveau zijn daar weer beoogde effecten van. Deze opgave hangt dan ook sterk samen met andere ambities als economische ontwikkeling en leefbaarheid.

Alle Zeeuwse partijen (overheden, bedrijven, instellingen, onderwijs, etc.) zijn gebaat bij een goed imago en kunnen hier aan bijdragen. Een aanpak van alles met iedereen is echter niet werkbaar en daarom wordt in eerste instantie uitvoeringskracht georganiseerd rondom het meest acute vraagstuk: de arbeidsmarkt. Maar ook binnen dat vraagstuk zijn wisselende allianties nodig. Voor het aantrekken van huisartsen heb je andere partijen nodig dan voor procesoperators. De prioriteit ligt daarom nu in het organiseren van samenwerking en uitvoeringskracht, publiek-privaat, zodat deze allianties effectief en resultaatgericht aan de slag kunnen.

Proces

Zichtbaar Zeeland is een vraagstuk dat via netwerksturing wordt aangepakt. In het samenwerkingsverband Zeeland Partners (in oprichting) werken overheden, onderwijs en ondernemers samen aan een samenwerkingsmodel waarin krachten gebundeld zijn. De Provincie Zeeland is initiator en lid van de stuurgroep en werkgroep die deze samenwerking, samenhang en uitvoeringskracht voor wonen, studeren en werken organiseert. En waarbij nauwe samenwerking met VVV Zeeland en Invest in Zeeland en andere relevante organisaties voorzien is (Zeeland Partners).  Deze marketingorganisatie kan gebruik maken van de door de Provincie Zeeland ontwikkelde platform voor leven en werken, gebaseerd op slimme technologie en data. Deze konden ontwikkeld worden doordat de aanvraag hiervoor d.m.v. de regiofiche arbeidsmarkt gehonoreerd werd. De uitvoering van lopende programma’s en activiteiten die in het Coalitieakkoord beschreven staan onder de Strategische Opgave Zichtbaar Zeeland, zoals Aanvalsteam Arbeidsmarkt, Campus Zeeland, Evenementen, Platform wonen en werken en Marketingacties, worden beschreven in de (uitvoerings)programma’s Regionale Economie en Leefbaarheid, Cultuur en Erfgoed.