• Het natuurbeheer wordt gefinancierd op basis van landelijke standaardkostprijzen. In 2026 zijn deze geëvalueerd. Gebleken is dat de werkelijke kosten voor het natuurbeheer substantieel hoger liggen dan de bedragen die nu gehanteerd worden als standaardkostprijs. Deze ontwikkeling, in combinatie met indexering, leidt ertoe dat in het natuurbeheer tekorten ontstaan als daar niet op geacteerd wordt. Dit manifesteert zich in ieder geval op het moment dat lopende beheercontracten aflopen. In Zeeland is dat in 2029 en 2030. Omdat de kosten voor beheerders op dit moment, onder lopende contracten, al hoger zijn dan de beschikbare middelen, is er landelijk een discussie over mogelijke oplossingen. Hierover voeren provincies gesprekken met het rijk. In de kamerbrief stikstof (Taskforce) die in juni 2026 verscheen, zijn de eerste middelen voor aflopende contracten natuurbeheer vrijgemaakt. De uitkomst van de lopende discussie kan effecten hebben voor de begroting 2027. Indien nodig wordt hier op geanticipeerd.

  • Uitbreiden natuurgebieden, waarvoor subsidiebeschikkingen worden afgegeven. Deze gebieden gaan in beheer bij enkele (nieuwe) particuliere natuurbeheerders die zijn aangesloten bij het Natuurcollectief Zeeland, Stichting Heerlijkheden Oosterland, Unie van Bosgroepen, Staatsbosbeheer, Het Zeeuwse Landschap en/of Natuurmonumenten.

  • Actualiseren Natuurbeheerplan Zeeland.