Paragraaf Provinciale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Inleiding

De inwoners en bedrijven van Zeeland betalen heffingen aan de Provincie Zeeland. Met dit geld én het geld uit het provinciefonds betaalt de Provincie gemeenschappelijke voorzieningen. In deze paragraaf bespreken we het beleid achter de verschillende heffingen. Daarnaast geven we inzicht in de berekening van de tarieven van heffingen.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Beleid

We gaan bij heffingen zo veel mogelijk uit van het profijtbeginsel. Inwoners of bedrijven betalen naar de mate van het profijt dat ze van een bepaalde overheidsvoorziening of dienst hebben. Zeeland kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen. Zeeland kent wel enkele vrijstellingen van legesheffing.

Belastingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Belastingen

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting (MRB) geldt voor het bezit van een auto en niet over het gebruik. Boven op de MRB betalen houders van personenauto’s en motoren ‘provinciale opcenten’. De provincies stellen zelf hun opcenten tarief vast, tot een wettelijk bepaald maximum. De Belastingdienst int de belasting tezamen met de opcenten en draagt de opcenten aan de provincie af.  

Het Zeeuwse tarief voor 2027 bedraagt 84,4 opcenten. Het landelijk gemiddelde tarief voor 2027 is 91,3. In 2027 mag maximaal 147,7 opcenten geheven worden. Zeeland heft in 2027 7,6% minder dan het landelijk gemiddelde. 

Heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Heffingen

Algemene uitgangspunten

Het uitgangspunt is dat de opbrengsten van heffingen en leges niet hoger mogen zijn dan de lasten van de activiteiten. Dit zijn alle materiële kosten en de salarissen. Iedere 4 jaar wordt het tarief verhoogd voor inflatie. Als blijkt dat het tarief ver beneden of boven de kostprijs ligt, wordt er een grotere stijging of daling doorgevoerd.

Grondwateronttrekkingsheffing

Onder de naam ‘grondwateronttrekkingsheffing’ wordt een provinciale heffing geheven voor het onttrekken van grondwater. De opbrengsten van deze heffing zijn om de kosten die we hiervoor maken te dekken. Het gaat om specifieke kosten van het voorkomen en tegengaan van de nadelige gevolgen van onttrekkingen en infiltraties én van onderzoeken in relatie tot het grondwaterbeleid. De provincie heft de provinciale grondwateronttrekkingsheffing op grond van de Waterwet en de provinciale verordening grondwateronttrekkingsheffing. De verordening grondwateronttrekkingsheffing Provincie Zeeland is van 2024.

Verhouding geraamde opbrengsten – geraamde kosten

In de meerjarenraming staat een structurele inkomst van € 184.000 geraamd. De opbrengst bestaat voor een groot deel uit inkomsten van permanente onttrekkingen. Daarnaast is er jaarlijks opbrengst van de grondwaterheffing van incidentele onttrekkingen. De materiële kosten van de grondwaterheffing zijn geraamd op € 160.000 per jaar. 

Naast deze materiele kosten zijn er personeelslasten en overheadkosten gemaakt die samenhangen met deze activiteit. Hiervoor is respectievelijk € 107.500 en € 53.750 in de begroting aan lasten geraamd. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1 in deze paragraaf.

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Provinciale heffingen - Leges

Provincie Zeeland legt voor diverse diensten leges op. Leges zijn vergoedingen voor kosten die de overheid maakt voor de dienstverlening aan inwoners en bedrijven. In de legesverordening Zeeland 2024 zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. We vernieuwen de legesverordening en tarieventabel minimaal elke vier jaar. Wanneer hier aanleiding toe is, vindt tussentijds een aanpassing van de legesverordening plaats.  

Verhouding geraamde opbrengsten – geraamde kosten

De opbrengsten van leges voor 2027 zijn geschat op € 1.201.000 per jaar. De verdeling van de opbrengsten is als volgt: Milieu € 500.000, € 450.000 BRIKS taken (Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen), Natuur € 186.000 en Verkeer en Vervoer € 50.000 en ontgrondingen € 15.000. 
Naast de materiële kosten van de leges, worden voornamelijk personeelskosten en overheadkosten gemaakt die ook samenhangen met deze leges. De loonkosten zijn geraamd op € 411.000 en de overheadkosten op € 193.000. De kosten aan de RUD en DCMR voor Milieuleges, BRIKS taken en ontgrondingen bedragen € 965.000. Een overzicht van de mate van kostendekkendheid is opgenomen in bijlage 1.