Meer
Publicatiedatum: 04-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf gaan we in op het beheer en onderhoud van de provinciale kapitaalgoederen. Het gaat daarbij om de eigendommen van de Provincie met een meerjarig nut en de daarbij behorende instandhoudingskosten (beheer en onderhoud). Hiertoe behoren de provinciale infrastructuur en de gebouwen in ons bezit. Deze onderdelen worden in de begroting met name verantwoord binnen het programma Regionale Bereikbaarheid en het programma overhead. Deze onderdelen lopen door de gehele begroting heen en zijn veelal financieel omvangrijk.

We gaan in deze paragraaf in op het beleid ten aanzien van het onderhoudsniveau, de huidige onderhoudsstaat en de onderhoudsplannen. Het in stand houden van de provinciale kapitaalgoederen wordt in drie categorieën ingedeeld: klein/dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging/reconstructie. De geraamde instandhoudingskosten van de provinciale kapitaalgoederen worden in deze paragraaf gepresenteerd.

Hieronder wordt dit voor de volgende kapitaalgoederen uiteengezet: infrastructuur en provinciale gebouwen. Riolering is een onderdeel dat niet van toepassing is.

Speerpunten

  • Verdere implementatie assetmanagement
  • Instandhouding van de provinciale infrastructuur, waarbij zij minimaal voldoet aan de basis (wet- en regelgeving en goed rentmeesterschap)
  • Groot onderhoud via onderhoudsreserve infrastructuur
  • Geen achterstallig onderhoud

Acties

  • Verankering Assetmanagement
  • Nadere uitwerking Beheerkader Infrastructuur Provincie Zeeland in Uitvoeringsstrategieën per (infrastructureel) kapitaalgoed, waaronder het kapitaalgoed natte kunstwerken
  • Volledigheid en actualiteit integraal informatiebeheersysteem
  • Onderhoud (monumentale) panden Abdijcomplex
  • Aanpassing gebouwen in het kader van Flexibel Werken
  • Implementatie Hospitality-concept (aanpassing hoofdingang Heerenlogement + aanpassing aangrenzende vergaderruimten) en ontwikkeling netwerkruimte t.b.v. externe samenwerking

Beleidskader

Infrastructuur

De Provincie is als (vaar)wegbeheerder verantwoordelijk voor het in stand houden van de provinciale infrastructuur. In die rol dient de Provincie ervoor te zorgen dat het areaal in goede staat van onderhoud verkeert en voldoet aan de eisen die daaraan op grond van vigerende wet- en regelgeving en beleidsplannen wordt gesteld. In tabel 1 is een globaal overzicht gegeven van het provinciaal areaal.

Tabel 1 – Provinciaal areaal infrastructuur (afgerond)

Wegen

Hoofdrijbaan

400 km

Fietspaden

280 km

Parallelwegen

110 km

Civiele kunstwerken

260 stuks

Verkeersregelinstallaties

25 stuks

Lichtmasten

3.300 stuks

Bewegwijzering

1.400 stuks

Water

Vaarweg

15 km

Beweegbare bruggen

7 stuks

Sluizen

4 stuks

Groen

Berm

600 hectare

Bomen

24.000 stuks

 

We werken aan de verdere implementatie van assetmanagement, waardoor de instandhouding van de provinciale wegen en vaarwegen doelmatiger georganiseerd wordt. In maart 2018 is daartoe het Beheerkader Infrastructuur Provincie Zeeland vastgesteld door Provinciale Staten. Het Beheerkader vormt de basis voor het verankeren van assetmanagement in de provinciale werkwijze. Hierin is de knip gemaakt tussen wat we als beheerder van infrastructuur wettelijk gezien moeten doen (basis), en wat we op grond van ambities daarop aanvullend nog willen bereiken (beleid). Bij het in stand houden van de infrastructuur wordt gekeken naar de prestaties die de kapitaalgoederen moeten leveren, de kosten die daaraan verbonden zijn en de risico's die daarbij acceptabel zijn.

Tabel 2 – Vastgestelde ambitie infrastructurele kapitaalgoederen  
Thema Vastgestelde ambitie
Droge kunstwerken Basis
Natte kunstwerken Basis
Elektrotechnische Verkeersvoorzieningen Basis
Verhardingen Basis
Groen Basis + Beleid (ecologisch bermbeheer)
Dienstverlening Basis + Beleid (Incident Managent)
Overige infrastructurele kapitaalgoederen Basis

Als nadere uitwerking van het Beheerkader wordt per infrastructureel kapitaalgoed (thema) een Uitvoeringsstrategie (beheerplan) opgesteld. Daarin wordt per kapitaalgoed onder meer omschreven op welke wijze we omgaan met de instandhouding, de knip tussen basis en beleid en de meerjarige kosten die daarmee gepaard gaan. Eind 2018 zijn de Uitvoeringsstrategieën voor droge kunstwerken, elektrotechnische verkeersvoorzieningen en verhardingen vastgesteld. In 2020 zullen de Uitvoeringsstrategieën voor natte kunstwerken, groen, openbare verlichting en bewegwijzering volgen. Het integraal informatiebeheersysteem is hierbij ondersteunend en voor de meest omvangrijke assets geactualiseerd. De actuele gegevens in dit systeem maken het mogelijk een solide doorrekening te maken met een doorkijk van minimaal 10 jaar. Deze onderhoudsplanningen in combinatie met de daaraan ten grondslag liggende Uitvoeringsstrategieën hebben het mogelijk gemaakt een onderhoudsreserve in te stellen, van waaruit de kosten van het groot onderhoud gedekt worden. Zodra de Uitvoeringsstrategieën van de andere kapitaalgoederen vastgesteld zijn, zullen ook die middelen (groot onderhoud) aan de onderhoudsreserve toegevoegd worden.

Op het gebied van organisatiestructuur zetten we verder in op de ingezette koers uit de voorafgaande jaren: de team- en taakindeling vormgeven, zodanig dat deze aansluit bij de werkwijze van assetmanagement. Daar waar eerder de focus lag op de interne teams, zal in 2020 aandacht besteed worden aan het toekomstbestendig inrichten van de buitendienst en de daarbij behorende dienstverlening.

Met het verankeren van assetmanagement in de organisatie, verbetert het inzicht in meerjarige onderhoudsplanningen en de mogelijkheid tot het maken van een integrale afweging van instandhoudingsmaatregelen binnen én tussen de verschillende kapitaalgoederen. Daarnaast vindt afstemming plaats met de plannen op het gebied van de investeringsagenda wegen (instandhouding in relatie tot nieuwbouw). Bij de uitvoerende taken zoeken we tevens afstemming en samenwerking met andere wegbeheerders binnen Zeeland.

In de tabellen 3 en 4 is weergegeven wat de geraamde kosten zijn voor de instandhouding van de kapitaalgoederen van de provinciale infrastructuur, gebaseerd op het daaraan ten grondslag liggende Beheerkader.

Tabel 3 – Kosten onderhoud infrastructuur (× €1.000)

 

2020

2021

2022

2023

Wegen

9.007

8.312

8.212

6.309

Vaarwegen

2.399

1.995

3.163

2.807

Groen

1.094

1.094

1.092

1.092

Totaal onderhoud infra

12.500

11.401

12.468

10.209

 

Tabel 4 – Kosten (vervangings)investeringen infrastructuur (× €1.000)

 

2020

2021

2022

2023

Wegen

3.255

275

8.783

385 + PM

Vaarwegen

510

-

-

-

Groen

-

-

-

-

Totaal investeringen infra

3.765

275

8.783

385 + PM

De genoemde bedragen in tabel 4 zijn gebaseerd op het totale investeringskrediet. De investeringen worden conform het Besluit begroting en verantwoording en de financiële verordening provincie zeeland afgeschreven, waardoor de totale last wordt verdeeld over de periode waarin de investering wordt gebruikt.

Provinciale gebouwen

Bedrijfsgebouwen infrastructuur

De bedrijfsgebouwen infrastructuur zijn de wegsteunpunten en de bedieningsgebouwen voor het Kanaal door Walcheren en de Zeelandbrug. De laatste schakel in het uitvoeringsprogramma Beleidsvisie steunpunten, de nieuwbouw van steunpunt ‘s-Heer Arendskerke is op ‘hold’ gezet, omdat momenteel een verkenning loopt naar het samen met de gemeente Goes realiseren van een wegsteunpunt in De Poel te Goes. Uiteindelijk is het doel om het aantal steunpunten van achttien naar dertien terug te brengen.

Voor het meerjarig groot onderhoud zal in 2020 een beheerkader worden uitgewerkt, waarna vervolgens een aparte onderhoudsreserve voor het groot onderhoud wordt gevormd, op basis van een geactualiseerde 10-jarige meerjarenplanning onderhoud provinciale gebouwen. In de huidige meerjarenbegroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor het regulier en groot onderhoud van deze panden.

Tabel 5 – Onderhoud bedrijfsgebouwen en terreinen (× €1.000)

 

2020

2021

2022

2023

Structureel onderhoud

723

723

723

723

Incidenteel onderhoud

662

557

434

503

Totaal onderhoud Bedrijfsgebouwen en terreinen

1.384

1.280

1.157

1.226

Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud.

Fietsvoetveer

In 2004 zijn de gebouwen, aanlandingsvoorzieningen en twee SWATH-schepen voor het fietsvoetveer gekocht en in gebruik genomen. De provincie verhuurt ze aan de exploitant van het fietsvoetveer Vlissingen-Breskens, de Westerschelde Ferry B.V. In de huurovereenkomst voor de schepen is vastgelegd dat de Westerschelde Ferry BV verantwoordelijk is voor het onderhoud aan de schepen. De gebouwen en aanlandingsvoorzieningen worden door de provincie onderhouden. In onderstaande tabel staan de onderhoudskosten weergegeven.

Tabel 6 – Kosten onderhoud faciliteiten fietsvoetveer (× €1.000)

 

2020

2021

2022

2023

Totaal onderhoud

652

742

770

757

Kantoorgebouwen, waaronder Provinciehuis

De provinciale kantoorgebouwen betreffen het Abdijcomplex, inclusief het deel van het Zeeuws Museum en het pand Schuytvlot (huisvesting SCEZ). Het beheer en onderhoud aan deze gebouwen wordt gereguleerd in een meerjarig Beheerplan (BOS). Het onderhoud is opgebouwd uit bouwkundig onderhoud en installatietechnisch onderhoud.

Installatietechnisch onderhoud

•   Installatietechnisch onderhoud is gebaseerd op de NEN 2767 (conditiemeting voor bouw- en installatiedelen).

•   De inventarisatie en inspectie is uitgevoerd door een externe gespecialiseerde partij.

•   De planning van dit onderhoud is waar nodig aangepast aan de planning van investeringen in de gebouwen en bouwkundige renovaties, zodat deze werkzaamheden gelijktijdig uitgevoerd worden.

Bouwkundig onderhoud

•   Planning bouwkundig onderhoud is gebaseerd op de inspectierapporten van de Monumentenwacht. Deze inspecties worden tweejaarlijks uitgevoerd. Het onderhoud wat geclassificeerd wordt als slecht (herstellen binnen 0-1 jaar) en matig (herstellen binnen 1-3 jaar) wordt opgenomen in de meerjarenraming.

•   Ook grotere renovaties van gebouwen, waarbij geen bouwkundige aanpassingen aan het gebouw worden uitgevoerd, zijn hierin opgenomen.

Voor het meerjarig groot onderhoud wordt een aparte reserve groot onderhoud gevormd, op basis van een geactualiseerde 10-jarige meerjarenplanning onderhoud provinciale gebouwen. In de huidige meerjarenbegroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor het regulier en groot onderhoud van deze panden.

Tabel 7 – Kapitaalgoederen gebouwen (× €1.000)

 

2020

2021

2022

2023

Onderhoud en vervanging Abdijcomplex

980

892

650

843

Onderhoud gebouwen en terreinen

254

254

254

254

Pand Schuytvlot

54

37

37

37

Zeeuws Museum

96

96

217

92

Totaal Kapitaalgoederen gebouwen

1.384

1.280

1.157

1.226

Er is een BRIM subsidie verstrekt voor het meerjarig bouwkundig onderhoud van de monumentale panden. Op basis hiervan zal 50 % van de kosten worden gesubsidieerd. Deze bedragen zijn in de meerjarenraming verwerkt. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud.

Investeringskrediet “huisvesting in een veranderende organisatie”.

Vanuit het beschikbaar gestelde investeringskrediet van € 2.715.000 zullen aanpassingen in de gebouwen in kader van Flexibel Werken en de implementatie van het Hospitality-concept worden gerealiseerd. Dit laatste betreft onder andere de aanpassing van de ontvangsthal van het Heerelogement. Het krediet is met € 600.000 verhoogd om een zogenaamde ‘netwerkruimte’ te realiseren op de begane grond van het Heerenlogement ten behoeve van de samenwerking met partners. De verbouwing van het gebouw ‘De Librije’ uit dit krediet is in 2018 afgerond.