Meer
Publicatiedatum: 04-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering

Inleiding

Deze paragraaf beschrijft de uitvoering van de financieringsfunctie door Zeeland. Financiering houdt voor de Provincie in dat er voldoende liquide middelen in kas zijn om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. Hiervoor worden kortlopende leningen aangetrokken waarbij het renterisico grotendeels is afgedekt met een renteSWAP (voor uitleg zie Financieringsbehoefte). Daarnaast geven wij inzicht in de financieringsbehoefte, rentelasten, het renteresultaat en de rentetoerekening.

Beleid

Naast de provinciale kaders gelden de wettelijke kaders die zijn vastgelegd in:

  • Wet financiering decentrale overheden (Wet fido);
  • Ministeriële regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO);
  • Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV);

In deze kaders staan onder andere richtlijnen over het aangaan en verstrekken van leningen, evenals het verstrekken van leningen en garanties of afgeven van waarborgen uit hoofde van de publieke taak. Uitzettingen of derivaten moeten een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. In de ministeriële regeling staat wat minimaal onder prudente uitzettingen en een prudent gebruik van derivaten moet worden verstaan. De voorschriften richten zich op de tegenpartij (debiteurenrisico) en op het type instrument (marktrisico).

De doelstellingen bij het uitvoeren van het treasurybeleid zijn vastgelegd in het Besluit Financieringsstatuut. De belangrijkste doelstellingen zijn:

•             Zorgen voor de tijdige beschikbaarheid van de nodige financiële middelen;

•             Beheersen van financiële risico’s;

•             Minimaliseren van de kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities.

Wijzigingen ten opzichte van beleid 2019

Er zijn geen wijzigingen met betrekking tot financiering ten opzichte van het beleid van 2019.

Speerpunten

  • Zorgen voor de tijdige beschikbaarheid van de nodige financiële middelen
  • Beheersen van financiële risico’s
  • Minimaliseren van de kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities

Kengetallen

  • Kasgeldlimiet: € 14,8 miljoen
  • Renterisiconorm: € 42 miljoen
  • EMU-saldo:  € 10 miljoen (zie ook toelichting financiële positie)

Beleidskader

Schatkistbankieren

Vanaf 2013 is de Wet verplicht Schatkistbankieren ingesteld. Dat houdt in dat de Provincie al haar overtollige liquide middelen moet aanhouden bij het Ministerie van Financiën. Dit kan in de vorm van een rekening courant of het plaatsen van (meerjarige) deposito’s. Onder voorwaarden mogen er ook leningen verstrekt worden aan medeoverheden, het zogenaamde onderling uitlenen. Omdat de Provincie in een meerjarige leensituatie verkeert heeft het verplicht schatkistbankieren geen financieel effect. Er kan overigens niet geleend worden bij de schatkist.

Risicobeheer vlottende schuld

De zogeheten ‘kasgeldlimiet’ stelt een grens aan de korte financiering (7% van het begrotingstotaal, totale lasten). Dit betekent dat we investeringen tot deze kasgeldlimiet mogen financieren met kort geld (looptijd tot 1 jaar), waardoor het renterisico van korte financiering beperkt wordt.

De maximaal toegestane financiering met kort geld in 2020 bedraagt ongeveer € 14,8 miljoen (op basis van 7% van € 211 miljoen). Om onder andere aan de kasgeldlimiet te voldoen, is een swap (zie uitleg bij financieringsbehoefte) afgesloten tot en met 2029.

Risicobeheer vaste schuld, renterisiconorm

Voor de vaste schuld is in de Wet fido ook een norm beschreven, de zogenaamde ‘renterisiconorm’. De renterisiconorm is het maximaal toegestane renterisico over langlopende schulden (looptijd > 1 jaar). Een langlopende schuld wordt ook wel vaste schuld genoemd. Het renterisico op deze leningen is afhankelijk van:

  • het gedeelte van de vaste schuld waarvoor de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening);
  • het gedeelte van de portefeuille aan vaste schuld dat in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen (herfinanciering).

In de Wet fido, artikel 1 h, wordt de renterisiconorm gedefinieerd als een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Voor provincies is dit percentage 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor 2020 bedraagt € 235 miljoen. De renterisiconorm voor Zeeland bedraagt € 42 miljoen.

Vanaf 2012 is een leenfaciliteit afgesloten in combinatie met een renteproduct (swap) tot en met 2029. Deze swap zorgt ervoor dat de rente is gefixeerd gedurende de gehele looptijd en daarmee wordt voldaan aan de renterisiconorm.

Financieringsbehoefte en rentelasten

Provincie Zeeland zit in een structurele leensituatie. Wij hebben in 2009 de aandelen van de Westerscheldetunnel overgenomen met als doel het rendement te gebruiken voor de realisatie van de Sluiskiltunnel. Hiervoor is langdurige financiering benodigd.

Het renterisico is grotendeels afgedekt met een rente-instrument, een zogenaamde renteswap, afgesloten bij de Rabobank. De swap heeft een looptijd tot en met 2029. Door middel van de swap wordt een variabel rentetarief (driemaands Euribor) geruild tegen een vaste rente, waarbij de Provincie de vaste rente betaalt en de variabele rente ontvangt. Wanneer deze rentestromen met elkaar worden verrekend, resteert een structuur waarin we per saldo het vaste tarief van de swap betalen. In feite ontstaat hierdoor een structuur die gelijk is aan een vastrentende lening. Bij een traditionele vaste geldlening zijn de afdekking van het renterisico en de beschikbaarheid van geld tegelijk geregeld. Bij een swap zijn deze twee onderdelen van elkaar gescheiden. De SWAP zorgt er voor dat de rente is gefixeerd gedurende de gehele duur van de geschatte financieringsbehoefte. Deze constructie voldoet aan relevante wet- en regelgeving, waaronder de Wet fido, de Ruddo en ons eigen financieringsstatuut. De SWAP voorziet niet in de leenbehoefte zelf maar is puur voor het afdekken van het renterisico, de benodigde financiële middelen worden op de geldmarkt aangetrokken.

Omdat wij in een structurele leensituatie verkeren, verwachten wij op basis van de meest recente liquiditeitsprognose onderstaande financieringsbehoefte. De te lenen financieringsmiddelen betreft de te verwachten leenbehoefte aan het einde van het jaar, de gemiddelde financieringsbehoefte is het bedrag dat gemiddeld over dat jaar geleend wordt.

Financieringspositie en rentelasten                                                              bedragen x € 1 miljoen          
  2019 2020 2021 2022 2023
Te lenen financieringsmiddelen 132 123 105 94 82
Gemiddeld financieringsbehoefte 127 127 114 100 88
Te verwachten rentelasten 2,4 2,4 2,2 2,1 2,0

Huidige situatie SWAP

Volgens de meest recente meerjarige liquiditeitsprognose is de leenbehoefte over 2020 groter dan de hoogte van de renteafdekking door de SWAP. Dit houdt in dat de SWAP ten volle wordt benut. Alle middelen die moeten worden geleend boven het door de SWAP afgedekte deel vallen binnen de kasgeldlimiet. Hierdoor is waarschijnlijk geen extra afdekking nodig van het renterisico.

Rentetoerekening

Om er voor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daar aan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties, en taakvelden wordt toegerekend.

De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er derhalve toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. De commissie BBV adviseert het onderstaand renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen.

 

Overzicht verstrekte geldleningen

Door de langdurige leensituatie van Zeeland is slechts een geringe hoeveelheid aan middelen uitgezet voor de wachtgeldvoorziening van de voormalige Provinciale Stoombootdiensten (PSD). De middelen voor die voorziening zijn via een ‘cash-flow swap’ op lange termijn belegd. Rente en aflossingen op deze lening worden ieder kwartaal ontvangen tot en met 2029. Deze middelen kunnen niet worden gebruikt voor financiering omdat ze meerjarig uitgezet zijn.

Aan de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN) is in totaal € 3 miljoen aan leningen verstrekt ten behoeve van stimulering duurzame woningverbetering. Deze leningen mochten tot en met 2013 worden uitgezet, daarna komen alle aflossingen ten gunste van de Provincie. 

Hieronder staat het overzicht van de belangrijkste verstrekte geldleningen.

        (bedrag x € 1.000)
Verstrekte geldleningen Stand ultimo
Leningen uitgezet 2019 2020 2021 2022 2023
Wachtgeldvoorziening PSD     1.837     1.379        984        624        309
Duurzaamheidslening woningverbetering aan SVN     1.980     1.830     1.680     1.530     1.380
Totaal     3.817     3.209     2.664     2.154     1.689